Wat geleerd over het verlangen naar Mekka

Vorige week zijn we naar Het Museum voor Volkenkunde geweest, waar de tentoonstelling Verlangen naar Mekka te zien is. Het was interessant omdat ik eigenlijk helemaal niets van dit onderwerp af weet. De tentoonstelling gaat niet alleen in op de reden waarom mensen naar Mekka op bedevaart gaan, maar laat ook zien hoe dat door de eeuwen heen ging. Langs diverse bedevaartsroutes trok men er heen, in tegenstelling tot de rechtstreekse vlucht die nu vanuit Amsterdam gaat. Er zijn visa te zien, souvenirs, maar ook beelden van hoe de bedevaart in zijn werk gaat.

In de eerste zaal draaien filmpjes waarin moslims in Nederland gevraagd zijn te vertellen wanneer zij besloten hun reis naar Mekka te ondernemen. Heel interessant, want het past vaak echt in hun leven op dat moment. Wat jammer is, is dat door de vele filmpjes niet alles goed te verstaan is, maar hier en daar hangt een koptelefoon waarmee dat probleem is opgelost. In de tweede zaal wordt de hadj weergegeven in cijfers. Ik had er nooit bij stilgestaan wat een enorme stroom mensen er elk jaar op gang komt. Zo’n pelgrimstocht is commercieel erg interessant, zo blijkt. Er komt zoveel bij kijken.

20140117-190538.jpg
Later in de tentoonstelling hangt een foto van Mekka waarop ontzettend veel hijskranen te zien zijn. Het is ongelofelijk hoe daar enorm veel nieuwe gebouwen uit de grond gestampt worden. Maar ja, met het vliegverkeer is de bereikbaarheid voor velen toegenomen. Al zijn er veel mooie, bijzondere en interessante objecten te zien, twee dingen sprongen er voor mij echt uit. Een modern kunstwerk van Ahmet Mater waarin hij op zeer gestileerde manier de ka’ba toont en de film die onder andere heel mooi laat zien hoe mensen op het centrale plein om de heilige ka’ba heen lopen.

20140117-185952.jpg<br /
Nog te zien tot 9 maart in Museum Volkenkunde in Leiden.

Advertenties

Nog maar even: Isaac Israëls in het Stadsarchief Amsterdam

De tentoonstelling is nog maar even te zien (tot 9 september 2012) en toch ga ik hem aanraden, de Isaac Israëls tentoonstelling in het Stadsarchief in Amsterdam. Door diverse mensen was de tentoonstelling me al aangeraden en vorige week was het eindelijk zo ver. Ik fietste toevallig langs het Stadsarchief, ik had tijd en besloot naar binnen te gaan. Eigenlijk is het maar een kleine tentoonstellingszaal, maar er is genoeg te zien. De tentoonstelling gaat over de tekeningen, aquarellen en schilderijen die Isaac Israëls in/over Amsterdam maakte. Eigenlijk beslaat wat er te zien is maar een klein gebiedje van de grachtengordel in Amsterdam. Dat klinkt heel beperkt, maar het is ontzettend boeiend. Ook heb ik me weer laten verbazen door de geweldige tekenvaardigheden van Israëls. Hij is natuurlijk erg bekend en daardoor heb ik nog wel eens de neiging om te denken dat ik het wel ken. Maar dit kende ik eigenlijk niet, al die tekeningen en schetsen, geweldig! Daarnaast is er voor de tentoonstelling onderzoek gedaan naar de plekken die Israëls afbeeldde, om te achterhalen waar hij getekend had. Hij tekende regelmatig dezelfde plekken, waardoor soms van een tekening door andere tekeningen te achterhalen is waar deze gemaakt moet zijn.

Met bewondering heb ik staan kijken naar een houtskooltekening van een gracht, waarlangs hoge bomen stonden. De stijl van tekenen maakte dat ik me de winteravond helemaal kon voorstellen, het gure weer, de wind op de gracht, de sfeer. Als het kan, zou ik er tijd voor maken om de tentoonstelling nog te bezoeken! Wil je nog een iets beter idee krijgen voor je gaat, de uitleg op de website is ook goed, met zelfs een wandelroute gebaseerd op de plekken die Israëls afgebeeld heeft: www.stadsarchief.amsterdam.nl

Fleurige Floriade

Afgelopen vrijdag ben ik naar de Floriade geweest. Ik had van te voren eigenlijk geen idee wat ik er van kon verwachten. Volgens de vriendin waar ik mee ging, was het vast een combinatie tussen de Efteling en de Keukenhof. Ik denk dat dat inderdaad de omschrijving is die het dichtst in de buurt komt. De plattegrond van het terrein die we bij de ingang kregen, droeg ook wel bij aan dit gevoel. Daarnaast hadden we een toegangskaart inclusief kabelbaan, hetgeen het pretpark-gevoel zeer verhoogde.

 

We hebben ons vooral geconcentreerd op de tuinen en buitenruimtes en minder op de paviljoens. Er staan allemaal landenpaviljoens, maar na een paar van deze paviljoens bezocht te hebben en telkens gestuit te zijn op sieradenwinkeltjes, haakten we daar een beetje af. Het is echter een enorm terrein voor heel verschillende soorten publiek. Ik denk dat veel mensen er wel iets naar hun zin zullen kunnen vinden.

Zo zag ik deze bank, echt iets voor een bepaald familielid die allerlei terrassen bouwt en meubelstukken timmert van steigerhout…

 

Als je geïnteresseerd bent in de ontwikkelingen in de land- en tuinbouw kom je zeker aan je trekken. Een aanrader is overigens de Earthwalk van de Rabobank, alhoewel het natuurlijk gewoon reclame is waarin ze laten zien dat ze de hele wereld beslaan. Maar toch…

Maar wat wij vooral leuk vonden waren de bloemen. Met oog voor detail zijn zelfs de bermen rondom de parkeerplaats ingezaaid met wild bloemenmengsel, voor een geweldig effect. En omdat foto’s nu eenmaal meer zeggen dan woorden:

Net als in de film, Tim Burton in Parijs

Pas geleden zette ik een a-typische tentoonstelling op mijn wensenlijstje. In de krant had ik gelezen over de tentoonstelling over filmmaker Tim Burton, nu te zien in het filmmuseum in Parijs. Deze tentoonstelling is gemaakt door het Metropolitan Museum in New York en heeft daar allerlei bezoekersrecords gebroken. Er was een discussie ontstaan over of het hier nog om kunst gaat of niet, aangezien het een ander genre dan de klassieke kunst aangaat. Maar omdat Tim Burton een creatieve genie is, wilde ik de tentoonstelling ook graag zien. Kunst of geen kunst, de beste man maakt geweldige films en bedenkt hele bijzondere typetjes. Voor degenen die hem niet kennen, hij is de geestelijk vader van Edward Scissorhands, The Nightmare before Christmas, de film Sjakie en de chocoladefabriek uit 2005, drie Batman films en nog veel meer. Het zijn altijd films en typetjes met een zwart randje er aan. Het is net een beetje naar of ronduit gruwelijk. Maar zelfs de meest vreselijke typetjes weten een soort empathie op te wekken.

In de tentoonstelling zijn vooral tekeningen te zien waarop al deze typetjes staan. Vaak met korte teksten die slaan op het figuurtje:

Zoals deze met de tekst:

Toxic boy’s Christmas

was really quite weird

his fumes accidentally

burned off Santa Claus’ beard.

Of deze:

 

 

 

The last of it’s kind.

De tekeningen zijn geordend op de inhoud, mannen, vrouwen en verschillende soorten typetjes op film of animatie waar ze in zaten. Het valt vooral op dat Tim Burton behoorlijk goed kan tekenen.

Pas halverwege de tentoonstelling kwam ik er achter dat je er niet mag fotograferen, waardoor ik hieronder nog wat voorbeelden kan laten zien.

 

Bijzonder is dat ze in het begin een sculptuur hebben gebouwd, speciaal voor de tentoonstelling naar een van de (ontwerp)tekeningen van Tim Burton:

Verderop in de tentoonstelling is een film te zien bestaande uit allemaal korte stukjes films die Tim Burton gemaakt heeft, een compilatie die je zeker niet mag missen. Er zaten voor mij ook films bij die ik nu zeker nog wil zien. En als kers op de taart een aantal beelden van zijn nieuwste film Dark Shadows, die vanaf mei 2012 te zien zal zijn.

Ik vond het erg leuk een keer een niet-kunst tentoonstelling te zien, de tekeningen zijn leuk en verrassend. Daarnaast is het gebouw van La Cinematique Française een erg bijzonder gebouw, het is ontworpen door Frank Gehry (ook wel bekend van het Guggenheim museum in Bilbao). De tentoonstelling is nog te zien tot 5 augustus 2012, dus als je in de buurt bent, zeker gaan! O ja, en koop dat een kaartje online zodat je de snelle rij kan nemen. Het kan soms nodig zijn. De ochtend dat ik ging was het druk, bij opening om 12.00u., toen ik later weer naar buiten ging, was het al een stuk rustiger.

 

De heilige Anna in veelvoud

De dag nadat ik in Parijs arriveerde, opende de tentoonstelling La Sainte Anne, l’ultime chef-d’œuvre de Léonard de Vinci in het Louvre. Na alle ophef over de restauratie van dit schilderij van Da Vinci en de grote tentoonstelling over hem in Londen die ik helaas gemist heb, stond deze tentoonstelling hoog op mijn museum-wensenlijstje. En ik had geluk, want via mijn werk ontving ik een uitnodiging voor de openingsavond, waardoor ik op de dag van aankomst in Parijs al naar de tentoonstelling kon. De tentoonstelling laat het gerestaureerde schilderij Anna te drieën zien samen met diverse ontwerptekeningen en schetsen die bijgedragen hebben tot het tot stand komen van het schilderij. Ook zijn er diverse schilderijen te zien uit het atelier van Da Vinci die eenzelfde onderwerp tonen. Veel Anna’s dus, en natuurlijk Maria’s met kind. Want het schilderij toont Anna samen met Maria en kind en in sommige gevallen ook met Johannes de Doper. In het uiteindelijke schilderij van Da Vinci is Johannes de Doper vervangen door een lam.

De afgelopen maanden zijn er in de pers en de kunstwereld al diverse meningen geweest over de restauratie van het schilderij. De restauratie zou te sterk uitgevoerd zijn, te Engels (blijkbaar poetsen die hun schilderijen flink op), niet zoals Da Vinci het bedoelde enzovoort enzovoort. Maar over het kunsthistorische en de restauratie wil ik het eigenlijk helemaal niet hebben, dat laat ik liever over aan de experts. Ik wil vooral schrijven over of de tentoonstelling interessant is om te bezoeken. Ik vond het erg interessant, maar op een gegeven moment was ik wel een beetje uitgekeken na Anna na Anna na Anna gezien te hebben.

Wat erg leuk is om te zien zijn de ontwerptekeningen en schetsen die Da Vinci maakte. Ik wist het al wel, maar wat kon die man tekenen. De manier waarop plooien in kleding vorm krijgen, hoe gezichten uitdrukking krijgen en de liefde waarmee hij zijn onderwerp benadert, is geweldig.

Er zouden drie grote ontwerptekeningen gemaakt zijn, alvorens het schilderij tot stand kwam. In deze tekeningen verandert de compositie meerdere malen totdat deze sterk genoeg bevonden werd; de sterkste diagonale lijn om de aandacht naar het kind te leiden.

Als je als leek wil weten hoe een schilderij tot stand komt en wat er allemaal voor denkwerk aan vooraf kan gaan, dan is de tentoonstelling zeker een aanrader. Als je de discussie een beetje gevolgd hebt over de restauratie, dan is het ook interessant. Je moet immers zelf bepalen wat je er van vindt. Ik kan niet zeggen of ik de restauratie geslaagd vind of niet, maar het schilderij is wel opgeknapt. Had het minder gekund? Misschien. Is het nu te helder, te fris, te nieuw? Geen idee, wat weet ik er nou van. Ik vond het geweldig het schilderij te zien, in samenhang met andere schilderijen met hetzelfde onderwerp, afgeleid van ontwerp schetsen uit het atelier van Da Vinci. Iedereen wil zich toch vergapen aan het werk van deze grote meester.

Als kers op de taart hing de Kopie van de Mona Lisa uit het Prado (Madrid) er. Dit schilderij, dat speciaal voor de tentoonstelling in Londen werd gerestaureerd, bleek na de restauratie een kopie van de Mona Lisa te zijn die in dezelfde tijd als de Mona Lisa geschilderd is. Ik had het schilderij niet verwacht, maar als ik het geweten had van te voren dat was ik alleen daarvoor al naar het Louvre gegaan. Stel je de Mona Lisa voor maar dan helder, zonder vergeelde vernis. Een verademing. Je ziet haar opeens als de jonge vrouw die ze onder de dikke vieze laag is.

De ‘echte’ Mona Lisa schijnt niet gerestaureerd te kunnen worden omdat ze te kwetsbaar zou zijn. Daarnaast trek het schilderij natuurlijk miljoenen bezoekers per jaar, het Louvre kijkt wel uit dit schilderij langdurig van zaal te halen voor restauratie. En dat is heel jammer, zeker als je het schilderij uit het Prado ziet.

Wow, niet alleen Da Vinci kon schilderen, maar de collega’s in zijn atelier zeker ook! De tentoonstelling is nog te zien tot 25 juni 2012, als je in de buurt bent, zeker gaan!

Alexander Calder: De grote ontdekking, 11 februari 2012 t/m 28 mei 2012, Gemeentemuseum Den Haag

Te zien aan de rij voor het Gemeentemuseum Den Haag is de tentoonstelling Alexander Calder: De grote ontdekking een publiekstrekker. De combinatie van maar twee beschikbare kassa’s en het feit dat museumkaarthouders bij moeten betalen, maakt dat de spanning lekker is opgebouwd. Maar het was de moeite waard.

In de tentoonstelling staat de ontmoeting tussen Mondriaan en Calder centraal. Na deze ontmoeting zou Calder steeds abstracter zijn gaan werken. Een leuk detail is dat hij tegen Mondriaan gezegd zou hebben dat er niet genoeg beweging in zijn werk zat, iets waar Mondriaan het helemaal niet mee eens was. In het werk van Calder zit volop beweging, als is dit in de windstille museumzalen niet te zien. De tentoonstelling toont een dwarsdoorsnede van zijn werk, vooral van zijn kleiner formaat werk. Ik vond het erg leuk schilderijen van Calder te zien, dat kende ik helemaal niet van hem. Calder had een fascinatie voor circus, hij bouwde circusattracties na en speelde er hele toneelstukjes mee voor zijn vrienden. Ook het schilderij links hieronder heeft hetzelfde thema. Bijzonder vond ik het om te zien dat hij ook in de stijl van Mondriaan geschilderd heeft, rechts hieronder.

 

 

 

 

 

 

 

 

Heel verschillend werk! Natuurlijk hangt het in het Gemeentemuseum ook vol met zijn mobiles, die overigens onmogelijk te fotograferen zijn. Deels omdat het luchtige constructies zijn en deels doordat de architectuur van het Gemeentemuseum zich ook prominent in beeld dwingt.

 

 

 

 

 

Het hoogtepunt van de tentoonstelling vond ik echter de draadfiguren die Calder maakte. Ogenschijnlijk eenvoudige vormen, opgebouwd uit een enkele ijzerdraad. Als je die objecten ziet staan in de vitrines sta je er eigenlijk nog niet bij stil hoe het gemaakt is. Het leuke is dat er een film bestaat waarin je Calder van een draad een acrobatenpaar ziet maken, gewoon met een tang. Eerst maakt hij een schets zodat hij het ontwerp goed in zijn hoofd heeft en daarna begint hij de draad te buigen, net zolang tot de juiste vorm is ontstaan.

Alleen al voor die film moet je naar de tentoonstelling!

 

 

 

 

En dan als laatste nog twee plaatjes, een van een portret in draad (ook onfotografeerbaar…) en een van een ontwerptekening met het resultaat.

Rubens, Van Dyck & Jordaens. Vlaamse schilders uit de Hermitage

Afgelopen woensdag bezocht ik, via de personeelsvereniging van mijn werk de tentoonstelling Rubens, Van Dyck & Jordaens Vlaamse schilders uit de Hermitage. 17-09-2011 t/m 16-03-2012. Hermitage Amsterdam. Een tentoonstelling die toevallig ook op mijn tentoonstellingen-wensenlijstje stond. Nu vraag ik me af waarom in hemelsnaam, maar ik had natuurlijk geen voorkennis. Ik had geen recensies gelezen over de tentoonstelling, ik had niemand gesproken die er was geweest en ik heb me dus volledig laten leiden door de grote namen in de tentoonstellingstitel.

De personeelsvereniging had er een heel leuk uitje van gemaakt. We moesten ons tussen 18.00u. en 18.30u. verzamelen bij de Hermitage, die op woensdagavond altijd open is. Een aanrader om rond die tijd te gaan trouwens, over het algemeen is het heel rustig. Bij aankomst stond men klaar met goed gevulde tasjes, met voor iedereen twee broodjes, een krentenbol, een mandarijn, twee mini-reepjes en een pakje sap. Wat luxe!

Om 18.30u. begon de rondleiding. De rondleidster van mijn groepje bleek ook bij ons in het museum rond te leiden, waardoor ze interessante links kon leggen tussen de diverse kunstenaars en hun werken (in beide musea). Het is dat de dame zo enthousiast kon vertellen. Ze ging in op hoe goed Rubens kon schilderen, over hoe zijn atelier onder zijn leiding werkte en wees ons op details. Rubens is een ster in het schilderen van huid en in het verlevendigen van de geschilderde personen. Door het aanbrengen van witte hooglichtjes (kloddertjes verf) in de ogen, ziet zo’n persoon er opeens een stuk levendiger uit. En Rubens wist heel goed wat compositie deed voor een schilderij.

Tijdens haar enthousiaste verhaal vroeg ik me opeens af waar de tentoonstelling over ging.

Er hangen een aantal grote namen bij elkaar omringd door iets minder bekende (bij het brede publiek) Vlamingen. Een aantal schilderijen zien er niet heel goed uit en komen duidelijk uit het depot van de grote Hermitage. Nu was dit altijd al de bedoeling, de Hermitage leent natuurlijk niet hun topstukken uit die daar op zaal hangen. Maar toch, ik miste wat. Ik miste echte topstukken. Een aantal schilderijen was trouwens wel speciaal voor de tentoonstelling opgeknapt en er hangen zeker een paar mooie grote doeken, maar  om daar nu speciaal voor naar de Hermitage te gaan…nee, dat zou ik geloof ik niet aanraden. Daarnaast is er geen verhaal, geen thema, geen kunsthistorische inhoud. En ondanks dat ik laatst laaiend enthousiast was over een tentoonstelling in Wenen zonder kunsthistorische inhoud (Winterlandschappen in het Kunsthistorisches Museum) mis ik het deze keer echt. In Wenen hing tenminste nog de crème de la crème.

Ik heb een hele gezellige avond gehad en dankzij de rondleidster nog wat opgestoken ook  maar voordat ik een volgende keer weer naar de Hermitage Amsterdam ga, zorg ik dat ik van te voren eerst wat recensies lees om een nieuwe teleurstelling te voorkomen.