(Niet) klettersteigen in Slovenië

Het plan om naar Slovenië op vakantie te gaan, ontstond doordat we wilden klettersteigen. In onze klettersteig-atlas vonden we meerdere klettersteigtochten bij elkaar in de de Kamniske-Savinske Alpen (ook wel Steiner Alpen genoemd). Toen ik in dat gebied ook nog een leuke bio-boerderij (Makek, voor wie ook wil, het is namelijk een aanrader!) als eerste overnachtingsplek vond en we toevallig tegen een kaart van het gebied aanliepen bij de reisboekenwinkel, toen wisten we het zeker. Het werd Slovenië dit jaar.

Onze eerste zou de Grintovec worden. De Grintovec is met 2558m. de hoogste berg van de Kamniske-Savinske Alpen. Het berggebied is maar klein, waardoor de beklimmingen steil zijn. De ideale plek voor een klettersteig, zou je denken. Vanuit de Češka koča, waar het heel fijn toeven is maar niet zo goed eten, vertrokken we richting de Grintovec over de ‘normaalroute’. Eerst over een puinhelling, daarna over rots.

Hier en daar hing wel staaldraad, maar het is toch vooral ongezekerd klauterwerk. Een echte klettersteig kan je het niet noemen. Je set zou meer in de weg zitten op de ongezekerde stukken, dan dat het bijdraagt op de korte gezekerde stukken. In 3,5 uur staan we boven. Vlak er voor, op de kam, hebben we een appel gegeten met uitzicht richting het zuiden. Helaas trokken er wolken voorbij, waardoor het uitzicht minimaal was. We hoopten op een echte klettersteig op de route die we terug zouden nemen. Het werd weer vooral klauterwerk met af en toe een kabel. Toch gek, want in de klettersteig-atlas staan alle routes op de Grintovec beschreven als rode (en dus gemiddeld moeilijke) klettersteig. De terugweg was vooral lang. Al met al een best pittige en niet zo mooie wandeling. De klettersteigset hebben we niet nodig gehad, een helm is echter wel aan te raden. Het leukste was de jonge steenbok die we tegenkwamen, wat een mooi beestje!

Een kleine week later wagen we nog een poging een klettersteig te vinden in de Julische Alpen. Dit keer zijn we vanaf de Vršič-pas naar de hut (genaamd Zavetišče pod Špičkom) onder de Jalovec vertrokken. Bij aankomst krijgen we een geweldig ontvangst van twee dames die de sterren van de hemel koken in deze hut zonder stromend water (voor de gasten dan). Ik heb de hut al eerder genoemd, ik vond ‘m namelijk geweldig.

Omdat ik over ons avontuur hier en de mislukte toppoging (als je het al zo mag noemen als je je tocht na een half uur al moet afbreken) al eerder beschreven heb, kan ik alleen nog toevoegen dat de dames vertelden dat het geen zin zou hebben onze klettersteigsets mee te nemen. Er hangt te weinig staaldraad en ook hier zou je set alleen maar in de weg zitten. Uiteindelijk blijkt dat we de (waarschijnlijk) enige echter klettersteig in dit gebied wegens het slechte weer gemist hebben, naar het schijnt op de Prisojnik (aan de andere kant van de Vršič-pas).

Vanuit Bovec zijn we een aantal dagen nog de Kanin (2585m.) op geweest over een route die door de klettersteig-atlas aangemerkt is als een blauwe klettersteig. Ook hier weer wat  lastig handen- en voetenwerk, maar de set blijft in de tas.

De rest van de vakantie besluiten we op te houden met pogingen te doen klettersteigtochten te vinden. Lange dagtochten met afwisselend landschap zijn ook geweldig. Hierdoor lopen we uiteindelijk nog een erg mooie wandeling vanuit het Lepena-dal naar een hut boven Tolmin, Koča na planini Razor en maken we de oversteek, via de berg Vogel (1922m.) naar Bohinj.

Om te voorkomen dat dit een beetje treurig verhaal is, hierbij wat positieve conclusies:

  1. Slovenië is en blijft een geweldig mooi land, waar je schitterende wandelingen kan maken.
  2. We vinden een lange wandeling boven de boomgrens het leukst, bergtoppen ‘doen’ voegt hier niet zo veel extra’s aan toe.
  3. Als we willen klettersteigen moeten we gewoon weer naar Italië, en laten we dat nou ook een fijn land vinden. We kunnen dus weer plannen gaan maken.

Via Ferrata Col Rodella

Op 17 sept 2011 wilden we een niet al te lange via ferrata doen. De enige echt korte klettersteig in de buurt van Canazei is die naar het topje van de Col Rodella, een uitkijkpunt waar je ook via een brede weg kan komen. We gingen in Campitello met de Rodella-lift naar boven.

Als je rechts om de lift heenloopt, kom je op een paadje dat vooral door paragliders gebruikt wordt. Als je dit paadje volgt en een beetje rechts aanhoudt, kom je onderaan de Col Rodella.

Vanaf het moment dat je de kabel ziet, gaat het recht omhoog tot bij de 2 zendmasten en het panoramarestaurant op de top. De instap is even lastig, daarna is het ‘gewoon’ klauteren.

 

 

 

 

 

 

Vervolgens gaat het over een gladde plaat, waar je moet zoeken naar steun. Er zijn geen treedjes en ook de rots geeft geen grip. Iets hoger zit een rechte trap, bestaande uit losse ijzeren treden. Bovenaan zit nog een glad stuk, waardoor armkracht nodig is. Een ijzeren treedje extra zou dit probleem opgelost hebben, maar blijkbaar vond de maker het een goed idee om ons een beetje te laten puzzelen.

Later is er nog een lastig stukje waar je moet zoeken of je links of rechts van de kabel moet en daarna ben je opeens boven. Dit levert wat verbaasde gezichten op van de mensen op het panoramaterras, wat stiekem wel heel leuk is. De laatste meters rook ik de koffie.

Volgens de eigenaresse van ons appartement moesten we deze klettersteig niet doen, omdat het echt een oefentocht is en iets voor schoolklassen. Maar ik vond het wel heel leuk, juist zo’n kort tochtje van drie kwartier kan prima op een dag waarop je toch wat wil doen, maar bijv. de weersvoorspellingen niet goed zijn. En stiekem was het best nog pittig!

Na de via ferrata hebben we nog best lang op het panoramaterras gezeten. Het uitzicht op de Sellagruppe, de Langkofel en de Plattkofel en zelfs de Marmolada is fenomenaal. En je ziet de paragliders vertrekken, iets wat ik toch elke keer weer heel fascinerend vind.

Via het brede pad ben je in een mum van tijd weer bij de lift.

 

 

 

 

 

 

 

Via Ferrata Massarè

De Via Ferrata Massarè is de leukste klettersteig die we gelopen hebben tijdens deze vakantie. Vooral doordat de afwisseling groot is met steeds korte stukjes stijgen en dalen. We hebben niet voor de korste aanlooproute gekozen, we zijn met de lift in Vigo di Fassa omhoog gegaan. Vanaf hier is het een uur en 20 minuten lopen naar de Rotwand-hutte/Rifugio Roda di Vael. Naast deze hut zit een klein restaurantje waar we genoten hebben van taart en koffie, en meteen wat informatie ingewonnen hebben. Het is namelijk mogelijk deze via ferrate te koppelen aan de Rotwand-klettersteig en dan terug te lopen naar het liftstation. We hebben dit echter niet gedaan omdat we in de loop van de middag hadden afgesproken bij de Rotwand-hutte.

Het is mogelijk de klettersteig beide kanten op te lopen, er is niet een meest gangbare richting. Wij zijn (per ongeluk overigens) in het midden gestart, tussen de Via Ferrata Massarè en de Rotwand-klettersteig in. Dit is niet handig als je de laatste ook nog wil doen, maar voor ons maakte het niet uit. De route start met een korte rotsklim die afgesloten wordt door een smalle kloof met een ladder. Daarna moet je weer een stukje over een gewoon pad en verder gaat het afwisselend stijgend en dalend door over torens.

Dan kruis je weer een kloof en vervolgens ga je weer door een smalle richel omhoog. Erg leuk. De route is wel heel druk, beide kanten op. Er zijn echter genoeg plekken om elkaar te passeren en ook om pauze te houden en te genieten van het uitzicht.  We hebben zo’n drie uur over de klettersteig gedaan.

Santner klettersteig

Vorig jaar al hebben we overwogen de Santner klettersteig te doen. De belangrijkste reden: we willen een keer in de Santnerpasshutte/Rifugio Passo Santner overnachten. Het is een hut met maar 8 slaapplaatsen op een schitterende plek met weids uitzicht. Vorig jaar was de hut vol en dit jaar hebben we het niet geprobeerd, in zoverre dat we wel de klettersteig gelopen hebben, maar niet met het plan in de hut te slapen.

We hebben de lift genomen bij Passo Nigra naar de Rosengartenhutte/Rifugio A.Fronza. Vanaf hier gaat het pad recht omhoog een rots op. Wandelaars en kletteraars moeten allemaal langs deze passage, om bij het ‘begin’ van alle (wandel)paden te komen. Dit zorgt voor oponthoud omdat ‘gewone’ wandelaars over het algemeen een stuk langzamer gaan op stukken waar je je aan een touw kan vasthouden. Het pad naar de via ferrata steigt vervolgens geleidelijk. Op een gegeven moment moet je veel over de rotsen klauteren, waarbij veel mensen hun klettersteigset al aan hebben. Eigenlijk is het meer een moeilijke wandeling met hier en daar een gezekerd stuk, zeker in het najaar (15 sept. 2011) als er in het couloir geen sneeuw ligt.

Af en toe moet je je tussen smalle rotspassages door wringen en er is een laddertje om een stukje zonder ‘rotstreedjes’ te overbruggen. Alleen het laatste stukje boven het couloir is echt gezekerd met draad. In het couloir was een man bezig hier ook weer draad aan te brengen, maar het lijkt er op dat dat elk jaar nodig is want het is duidelijk dat hier veel sneeuw kan blijven liggen.

Eigenlijk is het een klettersteig die je prima zonder set kan doen, een helm zou ik liever niet thuis laten. Eenmaal boven gekomen bleek onze favoriete hut dicht, dus zijn we afgedaald naar de Preusshutte (deze prive-hut is ook echt een aanrader, vooral de tweepersoonskamer) alwaar we geluncht hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

Via de Passo de Coronel (met zeer steile afdaling) zijn we teruggelopen naar de lift. Al met al een mooi rondje in 5 uur looptijd (excl. pauze)

Via Ferrata Brigata Tridentina (ofwel Pisciadu-klettersteig)

Ongeveer drie kwartier rijden vanaf Canazei, over drie passen ligt de parkeerplaats waar de Via Ferrata Brigata Tridentina begint. Een via ferrata die overigens door (haast) iedereen de Pisciadu-steig genoemd wordt. De parkeerplaats ligt een paar bochten lager dan Passo Gardena/Grodnerjoch.

Al vrij snel (na 5 minuten lopen) begint het eerste stukje van de via ferrata. Of het er nou echt bij hoort of niet, maakt niet zo veel uit; het is een goede test voor de rest van de route. Je gaat met behulp van wat treedjes over een gladde rotsplaat, waar ook nog water overheen sijpelt, recht omhoog. Het is een populaire route, maar na dit stukje heb je een lang wandelpad waar je eventueel mensen kan inhalen.

Na de korte stijg kom je in een soort kom waar niet heel duidelijk aangegeven is waar je heen moet. Na even zoeken, bleek dat links aanhouden de juiste keuze is, tussen grote rotsen door. Dan kom je op het zoeven genoemde wandelpad, met mooi uitzicht.

De via ferrata begint zo’n 15 minuten verop. Je loopt/klimt de hele tijd rechts van een waterval, die toen wij er waren (12 sept. 2011) niet veel voorstelde. Ondanks dat het maandag was en al wat later in het seizoen, was de route redelijk druk.

Er zijn veel grepen en treedjes, zowel van ijzer als gewoon in de rots. Af en toe moet je even goed kijken, maar overall is het een route die goed te doen is. Volgens de Rother is het een ‘zwarte’ route hetgeen betekent dat het een moeilijke klettersteig is.

Er is weinig gelegenheid in de route om even pauze te houden, maar het is mogelijk. Af en toe moet je gewoon even om je heen kijken (en wat eten).

Eigenlijk vond ik de via ferrata, op het laatste stuk na, matig moeilijk. Het laatste stuk is overigens te omzeilen door een wandelpad, maar dan mis je wel het leukste…de hangbrug. De via ferrata wordt hier iets steiler en het is nog even goed opletten.

Er zit nog een laddertje in dat heel erg vrij staat van de wand (leuk) en zoals gezegd de hangbrug waar iedereen een fotomomentje van maakt (wij ook).

                                                                                                                                                                                          Meteen na de brug is het eind van de via ferrata en volg je het pad naar de Pisciaduhutte/Rifugio F.Cavazza. De afdaling naar de parkeerplaats is steil over ‘gerollstein’, maar bijna helemaal met draad afgezet (niet om je aan te zekeren, maar indien nodig, om aan vast te houden). Omdat het zo druk is, is het hier ook oppassen met steenslaggevaar.

Via Ferrata dei Finanzieri

De Via Ferrata dei Finanzieri was misschien wel de pittigste klim die we tijdens deze vakantie gedaan hebben. We wilden een niet te lange via ferrata doen (8 sept. 2011) omdat we gisteren al een wat langere tocht gemaakt hadden. Deze via ferrata is volgens de Rother zwart, hetgeen betekent dat het een moeilijke klettersteig is, in dit geval als onderdeel van een bergtour. Volgens de omschrijving zou je 2 uur bezig zijn met stijgen en anderhalf uur met dalen. Dit bleek echter niet helemaal te kloppen. In ons rustige maar gestage tempo hebben we er 3 uur en 15 minuten over gedaan om de top te bereiken en 2 uur gedaald daarna. Ik vond de tocht pittig omdat je de hele tijd het gevoel hebt dat je al een heel eind geklommen hebt en de top maar ver weg blijft. 3 Uur aan een stuk door klimmen is ook best lang, maar ik kan me niet herinneren dat er echt plekken waren waar je lekker pauze kon houden. Plus dat het een veel bezochte klettersteig is, dus er zit altijd iemand achter je.

De Via Ferrata begint vlakbij de ‘Ciampiac’-lift, die vanuit Penia vertrekt, met een kort zig-zag-pad over puin. Het is handig om nog even bij een van de hutten op Ciampiac te vragen of de route open is, omdat deze soms afgesloten wordt wegens aardverschuivingen. Er is dan ook veel steenslaggevaar, dus de helm moet zeker op!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het begin van de route is duidelijk aangegeven met een bord, maar na een kort gezekerd stukje is er nog een wat langer ongezekerd stuk. Daarna kan je je top op zekeren. Het eerste stukje gaat over gladde rotsen (bij nat weer niet aan te raden). Het was veel zoeken naar treedjes in de rotsen, die waren er namelijk voldoende. De route is vooral lang.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het enige echt moeilijk stuk is de trap. Deze trap bestaat uit losse ijzeren treden enigszins overhangend boven elkaar, waardoor ik eerst dacht ‘oké, hoe ga ik dit doen?’ Als snel zitten er dubbele treden, links en rechts, waardoor het opeens weer een stuk makkelijker wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder moet je je meerdere malen door smalle scheuren in rotsen wurmen. Als beloning staat op de top een klein kruis met een ‘gipfelbuch’. En je hebt schitterend uitzicht op de Sellagroep, de Lang- en Plattkofel, de Marmolada en alles wat er nog maar verder aan bergen omheen ligt.

De afdaling is ook gezekerd voor het grootste deel, ook weer over veel ‘gerollstein’. Het was een via ferrata die wat ons betreft goed te doen was, maar trek er voldoende tijd voor uit als je weet dat je geen geboren berggeit bent. Wij hebben aan het einde van de wandeling Edelweiss gezien, hetgeen de kers op de taart was voor ons.

De Oskar Schustersteig – Via Ferrata naar de Sasso Piatto (Plattkofel)

De eerste klettersteig/via ferrata die we gedaan hebben deze vakantie was de Oskar-Schustersteig in de Plattkofel-groep. Vanuit Campitello namen we de ‘Rodella’-lift, waarna je in een klein half uurtje naar Passo Sella/het Sellajoch loopt.

Vervolgens gingen we met een heel bijzondere sta-lift (omgedoopt tot de doodskistenlift) naar de Forc.la del Sassolungo/Langkofelscharte. Na een snelle espresso in de hut aldaar volgde een afdaling over blokken en ‘gerollstein’ naar de Langkofelhutte/Rifugio Vincenza waar het uitzicht schitterend is en waar ze overigens ook prima taart maken.

De aanloop naar de via ferrata is een (geleidelijke) klim door een soort keteldal. Vlak voor het eerste ‘touw’ hebben we onze sets aangedaan, maar als dit bleek maar een kort stukje te zijn. Het was nog zeker 15 minuten lopen voor we ons weer konden zekeren.

De via ferrata is kort, met vooral gebruik van natuurlijke grepen en weinig kunstmatige treedjes. Wel kom je op een gegeven moment een kort en makkelijk laddertje tegen. Je bent lekker aan het klauteren, maar het is goed te doen. In de Klettersteig-Rother heeft de tocht een gemiddelde moeilijkheidsgraad en wordt deze omschreven als een matige moeilijke klettersteig in combinatie met een aansprekende bergtour in semi-hooggebergte. Wij konden ons wel vinden in deze omschrijving. Omdat het de eerste tocht van de zomer was, is het sowieso wat meer kijken. Je moet toch weer even wennen.

 

Als het gezekerde stuk ophoudt, is het zeker nog 30 minuten tot de top van de Plattkofel/Sasso Piatto, waar tot onze verbazing een enorme groep Italianen allerlei top-40 nummers zat te zingen. Veel mensen lopen dan ook naar de top op en neer vanaf de Plattkofelhutte/Rifugio Sass Piatto. Het uitzicht op de top is heel wijds.

De afdaling naar de hut gaat zigzagt over een puinhelling en ik was blij dat ik er alleen af hoefde. Dat pad ook op in de brandende zon, dat lijkt me niet echt leuk. De via ferrata ligt zelf in de schaduw van de berg, hetgeen heel aangenaam klimmen is.

Via de Friedricht-Augustweg loop je vervolgens in een uur en een kwartier terug naar de ‘Rodella’-lift. Het is overigens wel file lopen, ook in het naseizoen (7 sept. 2011).