Laat de zomer(jas) maar komen…

Aan het begin van het jaar besloot ik nog wat langer bij Fladder & Beer te blijven naaien, dus was ik weer op zoek naar een wat moeilijker project. Zo haal je immers het meeste uit naailes, nietwaar. Het leek me handig om alvast aan de zomerjas voor P te beginnen, omdat hij uit de oude gegroeid lijkt te zijn. In de lente-Ottobre (2017 – 1) stond toevallig een leuk model, dus dat was handig. Het bleek wel een wat lastiger project dan verwacht, of eigenlijk bestond de jas gewoon uit ontzettend veel onderdelen.

IMG_7433Een detail dat ik helemaal niet gezien had, was de manier waarop de capuchon aan de kraag zit. Zo’n tussenstrook heb ik nooit eerder gezien, maar het kan ook zijn dat ik er eigenlijk nooit eerder echt op gelet had. Het was even spannend om de drukknopen toe te voegen, maar het is gelukt!

Ook de zakken aan de voorkant vormden een uitdaging. Die hadden strakker gekund denk ik, maar daarvoor zou ik het waarschijnlijk nog tien keer moeten doen. Ach ja…hij groeit er toch zo weer uit…toch?IMG_7429

Het was trouwens lastig om een rits in de juiste kleur te vinden. Maar toen ik een tweekleurige rits in de uitverkoopbak van Jan de Grote Kleinvakman vond, bleek deze eigenlijk juist net wat meer pit aan de jas te geven.

Omdat ik na z’n dino-jas deze toch een beetje saai vond, heb ik nog wat plaatjes toegevoegd. Wel heb ik eerst heel goed getest of ik flexfolie op taslan (dat is de stof waar de jas van gemaakt is) kon strijken, omdat ik bang was dat de taslan zou smelten. Maar gelukkig bleek dat niet zo te zijn. IMG_7430Taslan bleek trouwens makkelijk te verwerken. Het is stof die waterafstotend en winddicht is, maar wel heel dun. De binnenkant heb ik gevoerd met ‘mesh’, voor de echte buitensport-‘look’. Alleen de mouwen heb ik gevoerd met normale voering, anders glijdt de jas natuurlijk niet lekker aan.

Nu alleen nog voor elkaar zien te krijgen dat P hem aantrekt, want hij vertelde me zojuist dat hij niet van lichtblauw houdt…tja. Gelukkig is het nog geen zomer.

 

Sneeuwschoenwandelen in de Valle Maira, Italië.

Vorig jaar werd het plan al geopperd en vorige week was het zo ver. We gingen met Anne van Galen van www.overdebergen.nl sneeuwschoenwandelen in de Valle Maira. Dit dal (met zijdalen) ligt in de Italiaanse Piemonte. De groep bestond uit een aantal mensen waarmee we ook vorig jaar een tocht gelopen hadden en het weerzien was erg leuk. Maar ook de nieuwe tochtgenoten pasten goed in de groep, dus het werd gezellig. Er stonden lange dagen en vele (hoogte)meters op het programma, maar daar tegenover stonden luxe refugio’s om te slapen, heerlijk eten en voortreffelijke wijn (uit de regio).

Een van onze tochtgenoten maakte dit overzicht (dank je wel!), zodat meteen duidelijk is welke afstand we hebben afgelegd. De meeste dagen stegen en daalden we minimaal 900 meter. En de laatste dag legden we zelfs 18 km af. Op papier is het de zwaarste tocht die we ooit gemaakt hebben op sneeuwschoenen, maar door de zon viel het in de praktijk erg mee.16992102_10155170903874180_2190575766607806445_oMaar ik zal jullie verder niet vermoeien met cijfertjes, het is veel leuker om te laten zien hoe mooi het daar is.

img_6702

Op zaterdag verzamelden we bij de Locanda degli Elfi in Preit, waar we nog in de zon een plaatselijk biertje dronken. Langzaam arriveerden ook onze tochtgenoten en spraken we de dag van de volgende dag door. Op zondag gingen we namelijk meteen 900 meter omhoog naar de Monte Giobert op 2439m.  Het was een mooie klim met de op top schitterend uitzicht, naar onder andere de Monte Viso. Wat fijn om weer op sneeuwschoenen te staan!

p1210391

Op maandag maakten we de eerste tocht met volle rugzak, we gingen naar het volgende zijdal en Refugio di Viviere. We liepen rustig omhoog en kwamen opeens een mooie open plek tegen. Omdat Anne ook yogatrekkings doet (in de zomer) leek het ons wel wat om yoga op sneeuwschoenen te promoten. Het wordt vast een hit!p1210434

Refugio di Viviere bleek een geweldige hut op een geweldige plek. Samen met nog drie tochtgenoten besloot ik (ingegeven door een kleine blessure) een dagje in/bij de hut te blijven op dinsdag. De rest liep een mooie wandeling en wij genoten van de zon en de koekjes (die ze heel lief kwamen brengen).dsc02283

Op woensdag waren we er weer helemaal klaar voor. Op naar de volgende hut in Saretto. Om er te komen gingen we ruim 1200 meter omhoog en omdat het zo lekker ging en we nog een ander leuk topje zagen (ja, ik hoor het mezelf zeggen…) pakten we die ook nog mee. Het uitzicht was geweldig, ik kan eigenlijk alleen nog maar in superlatieven schrijven. Bij aankomst in de locanda bleek dat, wegens een gesprongen waterleiding, een deel van de groep in een hoger gelegen dorp ondergebracht moest worden. Jammer, maar overkomelijk, zij konden er immers ook niets aan doen. p1210605

Hoog boven Saretto en Chiappera ligt een kom in de bergen waar we op donderdag heen gingen. Weer zo’n 1300 meter stijgen. Dit keer voelde de stijg wat langer en steiler dan de andere dagen en ik vond het pittig. Dat kruis waar we naar toe wilden, kwam maar niet in zicht voor mijn gevoel. Het kan natuurlijk ook gelegen hebben aan dat het weer wat meer begon om te slaan, er was opeens wind. Dat waren we niet gewend. Het levert echter wel mooie plaatjes op! p1210658

We aten onze lunch in de (gloednieuwe) Bivaccio Danilo Satore, waarvan eerst de deur uitgegraven moest worden. Bijzonder om een keer zo’n bivaccio van binnen te zien.           ’s Avonds sliepen we in de Scuola di Chiappera, wat weer zo’n fijne locatie bleek. Iedereen was aardig moe die avond, te zien aan alle rode wangen. Op vrijdag stond de laatste tocht op het programma, naar de Franse grens. Op papier was dit de zwaarste tocht, doordat hij lang was (18 km in totaal), maar de stijg was geleidelijk. Onderweg kwamen we gemzen tegen en keken we onze ogen uit in de mooie grote vallei die zo hoog boven het Valle Maira dal ligt. Op de grens met Frankrijk schreven we in het ‘col’ boek om daarna terug te keren naar de Scuola voor een laatste heerlijke maaltijd. Op zaterdag reden we vol verhalen terug naar Nederland. Al met al was het weer een geweldige week.dsc02513

 

1 Week in Zuid-Afrika

Bij deze titel zal eenieder zich vermoedelijk afvragen ‘waarom???’  Ik eigenlijk ook maar ik was vorige week 1 week in Zuid-Afrika. Een pittige onderneming waarbij ik zoveel ervaringen opgedaan heb, dat ze nooit in 1 blog passen. Toch ga ik proberen iets op te schrijven. De reden dat ik naar Zuid-Afrika vloog, was werk. Als in het nieuwe jaar de tentoonstelling Goede Hoop opent, kan ie zien waarvoor ik het gedaan heb. Over werk wil ik hier echter niet schrijven, ik wil met deze blog herinneren wat ik allemaal gedaan heb.

Op maandag vlogen een collega en ik naar Kaapstad. De vlucht duurt ruim 11 uur en gaat overdag. We spraken over werk en keken wat films. Deze vlucht viel me erg mee, en dat terwijl ik eigenlijk nooit zit te wachten op vluchten langer dan 3 uur. We arriveerden in Kaapstad tegen middernacht en na even gepind te hebben, wat doet de ZAR in vredesnaam, stapten we in onze transfer naar het hotel. Ons hotel zat in de populairste uitgaansstraat van Kaapstad: Longstreet. Ondanks dat het maandagavond was, was er aan de overkant van het hotel een feestje in volle gang. Na een douche vond ik de oordopjes in mijn toilettas en viel ik toch redelijk snel in slaap.

Om de hoek van het hotel zat een leuk tentje om te ontbijten: Eurohaus. Yoghurt met vers fruit, na zo’n vlucht is er niets lekkerders toch? 

In Kaapstad kan je prima lopend over straat en omdat we heel dicht bij alle werklocaties zaten, was het ideaal om zo even wat van de stad te zien. 1 Van de locaties was de Castle of Good Hope, een vesting gebouwd door de Nederlanders. Deze vesting met gele muren en twee binnenplaatsen heeft een museum met stijlkamers in zich. En vanaf de binnenplaats schitterend uitzicht op de Tafelberg.


We sloten de dag af met een wijntje op Greenmarketsquare en avondeten in een Dim Sum restaurant. Dat laatste was wat vreemd natuurlijk maar het was een leuk tentje op loopafstand van het hotel. En stiekem was dat wel makkelijk. En lekker!

De volgende dag zouden we alweer doorvliegen naar Johannesburg maar hadden we de ochtend vrij. Mijn collega stelde voor de rode Hop on hop off-bus te pakken en dat was een goed idee. We kozen een rondje om de Tafelberg en dronken koffie aan zee. Zo heb ik dus toch nog even met m’n voeten in het witte Zuid-Afrikaanse zand gestaan. 

De vlucht naar Johannesburg zou maar twee uur duren. Echter, de zwaarste onweersstorm sinds decennia trok op het moment waarop we hadden moeten landen over de stad. Gelukkig zaten we in een groot vliegtuig met genoeg brandstof om nog anderhalf uur boven de stad te cirkelen en waren we uiteindelijk het eerste vliegtuig dat mocht landen. Op het vliegveld stond alles blank maar dat was nog niets bleek al snel. De weg van Johannesburg naar het vliegveld was overstroomd en er waren auto’s weggespoeld en zelfs mensen overleden. Ook bleek dat het niet makkelijk is om op het vliegveld een transfer te regelen en dat de meest veilige manier van verplaatsen aldaar een Uber-taxi is. Wie had gedacht dat ik die app nog eens zou installeren.
Gelukkig was de storm inmiddels iets geluwd en de weg naar Pretoria vrij. Ruim twee uur later dan gepland waren we in ons hotel, waar we een hapje aten en bijtijds naar bed gingen. De volgende ochtend scheen de zon weer alsof er niets aan de hand was.

Mijn ervaring in Johannesburg en Pretoria is een bijzondere. Door iedereen waar we kwamen werd ons duidelijk gemaakt dat vrij over straat bewegen onverstandig was, vooral in de centra. Als we honderd meter hadden gelopen werd er een soort van paniekerig gereageerd. Hierdoor krijg je op een gegeven moment een extreem beklemmend gevoel. Als je niet vrij over straat kan, kan je echt helemaal niets. Onze gastvrouw op vrijdag bood ons aan ons naar het  Voortrekker Monument te rijden, omdat ze ons echt niet alleen kon laten gaan. Het resultaat was een rondleiding door de kenner dus dat was dan meteen ook wel weer heel leuk. Alhoewel leuk wellicht niet de juiste omschrijving voor het monument is. Het vertelt namelijk de geschiedenis van maar een deel van de bevolking. En dat hoeft natuurlijk niet erg te zijn ware het niet dat de verschillen in het land nog zo groot zijn, dat ik er toch gemengde gevoelens aan over heb gehouden. Desalniettemin is het een indrukwekkend verhaal en gebouw en weet ik nu toch weer wat meer over (een zeker deel van) de geschiedenis daar.

Aangezien mijn collega er net zo veel van houdt om het praktische met het aangename te combineren, hadden we voor lunch gereserveerd bij een restaurant dat op #3 staat bij TripAdvisor Pretoria:Kream . Het was wel erg fijn ons even onder te dompelen in de fijne sfeer van dit restaurant. Dat hadden we even nodig. En het goede glas wijn erbij ook. 

En eindelijk at ik Afrikaans. Niet typisch Afrikaans natuurlijk, maar iets wat er aardig in de buurt kwam…Zeg nou zelf: krokodillen carpaccio en piri piri levertjes….dat krijg je bij ons niet. 

Het was een mooie afsluiting van een bijzondere reis.

Jongens, jongens….leuke kleding?

Het is een uitdaging leuke jongenskleding te vinden. Voordat P. er was, had ik geen idee. Toen hij op komst was, ging ik op zoek naar kleertjes. Elke keer kwam ik met lege handen en een beetje treurig thuis. De winkels hingen vol met blauw, donkerblauw en bruin, of nog erger, veel kleding had grote teksten of ‘stoere’ woorden. Daarnaast kreeg ik ook veel kleding tweedehands en de kledingstukken die ik uiteindelijk gekocht heb, zijn op een hand te tellen. Uit die tweedehands kleren maakte ik ook een strenge selectie, zo haalden ruitjes, kraagjes en spijkerbroeken het bijvoorbeeld niet. Ik viel vooral voor zachte stoffen, zoals joggingbroekjes en simpele shirtjes in felle kleuren zoals van de Hema.

Nu P. wat groter wordt, begint hij steeds vaker zijn eigen mening uit te oefenen op wat hij aantrekt. Of moet ik zeggen, op wat hij niet aantrekt, aangezien de uitspraak ‘deze niet’ regelmatig door de kamer vliegt. Tijd dus voor leuke stofjes die hem ook aanspreken. Het is nog niet zo dat ik hem meeneem naar de stoffenwinkel om zelf wat uit te zoeken, maar ik heb hem laatst wel laten kiezen uit twee stoffen. En het werkte. Niet dat ik daarna van de tweede stof niet ook een kledingstuk gemaakt heb…maar toch.

De keuze voor een kledingstuk zit natuurlijk niet alleen in de stof, maar zeker ook in het patroon. Voor jongens is het meestal een simpel raglanshirt en een broek. Niet heel spannend. Daarom hou ik mijn ogen goed open voor patronen die net wat anders zijn. Ik was er dan ook snel bij toen Sofilantjes een nieuw patroon lanceerde: de Semper Sweater. Een trui/shirt die gemaakt moet worden van tricot (mooi, want er zijn zoveel leuke prints te vinden) in meerdere variaties. Hij kan met capuchon of met col gemaakt worden (of gewoon met een boord natuurlijk), maar het leuke element zit hem in de zijkanten. Deze kunnen in een andere kleur uitgevoerd worden en met zakken. Kijk, dat zie je nooit in de winkel.

Ik liet P. de stof kiezen (auto’s…natuurlijk) en ging aan de slag. Ik koos voor de variant met capuchon. Doordat ik het patroon nog niet kende, en ook mijn (nieuwe) lockmachine niet, werd het wat meer gestoei dan ik had gehoopt. Het resultaat is redelijk, maar ik ben niet helemaal tevreden. P. wel overigens, dus ach. Eigenlijk ben ik ook helemaal niet van de capuchons op kleding. Het grootste deel van de tijd hangt zo’n capuchon er maar een beetje bij en onder een jas zit het niet lekker. Maar het patroon zelf, dat vond ik wel leuk. Die zijkanten geven opeens zoveel opties om er iets vrolijks van te maken. Het was dus duidelijk dat er nog eentje moest komen.image

Bij de volgende semper sweater schrapte ik de capuchon en maakte ik de col. P. draagt het liefst z’n sjaal (zo’n colletje)  de hele dag, dus ideaal als deze geïntegreerd is in een shirt. Dit keer koos ik het stofje (van Lillestoff) dat hij niet gekozen had, wat overigens niet betekent dat hij het niet leuk vind. Want wat is er nou niet leuk te vinden aan brandweermannen met grote snorren? Deze semper sweater zat al een stuk sneller in elkaar. Ik maakte niet de fouten van de eerste trui en ik ben erg blij met het resultaat. image

Een dingetje ging natuurlijk wel mis…de afbeelding op de col kan ook niet op z’n kop zitten. Ik heb er heel hard over nagedacht, maar toch ging het mis. Alhoewel, in de praktijk is het helemaal niet storend. Die col zakt toch in elkaar en als volwassene kijk je er vaak bovenop waardoor de figuren wel rechtop zitten. Maar goed, bij de volgende zal ik er nog eens goed over nadenken. P. is er in ieder geval blij mee en ik ook. imageJammer dat zo’n jongetje niet nog meer sweaters nodig heeft, want ik zou er nog best een paar willen maken. Maar goed, dat komt wel weer als hij uit deze gegroeid is. Nu eerst maar eens wat broeken en T-shirts voor de zomer.

 

Die nieuwe hobby hè…

Die nieuwe hobby begint een behoorlijk onderdeel van mijn leven uit te maken. Zo schafte ik laatst van mijn kerstgratificatie een naaimachine aan (met boventransportvoet, hoera!) en bepleitte ik in de kerstvakantie vrije tijd om te naaien. M. werd met P. naar de speeltuin gestuurd en ik had mijn handen vrij om kleren te maken. Veel kleren. Wel voor P. trouwens, aan mezelf heb ik me nog niet gewaagd.

Het vinden van leuke patronen voor jongenskleding is nog niet makkelijk, het zit hem echt in de details en in de stoffen die je gebruikt. Maar met goed rondkijken op pinterest kom je een heel eind. Zo stuitte ik een tijdje geleden op Etsy op Tinman Patterns, een webshop met patronen gemaakt door een Nieuw-Zeelandse. Het voordeel is dat je ‘tegenwoordig’ alles in pdf ontvangt en zelf kan printen. Dat is overigens ook meteen het nadeel, want het betekent ook knippen en plakken. Ik kocht het patroon voor een broek, met de naam Primo Pants. Net iets anders dan je in de winkel kan kopen en het leek me wel een lekker broekje om in te spelen.

Ik kwam er achter dat naast het zoeken van patronen, het zoeken van stof ook erg leuk is. Vooral als je zo dicht bij de Albert Cuyp zit, met ook nog eens die geweldige fourniturenzaak waar ik laatst over schreef. Ik ging op zoek naar prettige stof voor een broek. Dat bleek nog niet makkelijk. Linnen werd afgekeurd, want niet geschikt voor de winter. Spijkerstof wil ik eigenlijk nog niet, dat kan meneer zijn hele leven nog dragen. Saai grijs of zwart…tja. Tot mijn oog viel op de bak met coupons. Het was een enorme chaos, maar middenin lag een stuk knalblauwe ribstof, die ook nog redelijk elastisch was. Perfect om het patroon mee uit te proberen. De stof bleek echt perfect voor het model en ik ben erg blij met het resultaat.

IMG_5909

Omdat het model vraagt om ‘piping’ (de woorden van een vriendin) maakte ik meteen plannen voor een tweede broekje. Dit keer vond ik geweldig mooie stof bij Meet & Make in Leiden, die ik combineerde met een rood paspelbandje. Het was wat gepruts, maar hij was precies voor de feestdagen (Sint) klaar en daarna heb ik hem niet te vaak aangetrokken, zodat hij ook met de kerst nog netjes zou zijn. Inmiddels kan ik zeggen dat de stof gewoon echt goed is, want spelen en op je knieën door de kamer racen, lijkt er prima mee te gaan. Nog geen spoortje slijtage.

IMG_6503

En vlak voor de kerstvakantie, waarin ik grootste naaiplannen had, vond ik nog een gifgroen ribstofje op de markt. Ik moest meteen weer aan het patroon denken. Ik kreeg echter ook een mailtje van de maakster van het patroon, dat ze het aangepast had. En omdat ik het vlak voor de aanpassingen gekocht had, kreeg ik van haar het nieuwe patroon kostenloos toegestuurd. Met de groene rib maakt ik dus de nieuwe variant.

Eerlijk gezegd vind ik de oude ietsje leuker. Het nieuwe patroon ziet er aan de voorkant normaler uit. Verder is het patroon redelijk hetzelfde gebleven en vind ik het een aanrader. En nee…er was geen strijkijzer.

IMG_7321

En wat ik verder nog naaide, zie je hier. Twee shirtjes en twee broekjes. P. kan er weer tegenaan.

 

 

Berlijn, wat fijn!

Vorig weekend zijn we een weekendje naar Berlijn geweest. Mijn werk was weer een goede aanleiding om samen een paar dagen weg te gaan. Het was lang geleden en waar kan je dan beter heengaan dan naar Berlijn. Wat een fijne stad. Terugkijkend op het weekend hebben we precies gedaan wat je tijdens stedentrips doet, musea bezoeken en lekker eten. En toen M. weer naar huis was (en ik achterbleef ivm werk) heb ik zelfs nog gewinkeld (Sinterklaas is ook tevreden met mijn inkopen). Omdat ik met enthousiaste verhalen terug kwam in Nederland en veel mensen wel nieuwsgierig waren naar leuke adresjes, leek het me een goed idee weer eens een blog te schrijven. Zo kan ik zelf ook later terugvinden wat de fijne plekken waren.

We begonnen op vrijdagmiddag (nadat we onze bagage naar ons appartement hadden gebracht) in het Joods museum, dat dagelijks open is tot 20.00u. Ik wilde hier graag heen om de tentoonstelling van Peter Greenaway en zijn vrouw te zien (tevens de reden dat ik voor mijn werk naar Berlijn ging). Het waren de laatste dagen van de tentoonstelling en het onderwerp is behoorlijk aangrijpend en helaas nog steeds actueel: het offer van Isaac door Abraham. Met filmbeeld (van performance/dans), bijzonder ingerichte zalen en een aantal kunstwerken werd het bijbelverhaal verteld, maar vooral ook zo neergezet dat het je aan het denken zet. 

  

  Niet echt een vrolijke tentoonstelling en toen we daarna hoorden van de aanslagen in Parijs werd het nog actueler en eigenlijk nog akeliger. Heel indrukwekkend en ik ken weinig tentoonstellingen in deze categorie. Ik ben blij dat ik er heen geweest ben.

Als ik naar een stad ga die ik niet (goed) ken, zoek ik altijd naar goed apps met toeristische informatie. Ik gebruik graag de app ‘Cool cities’, helaas werkt in de Berlijn variant de locatie’aanwijzer’ niet, waardoor ik uiteindelijk overstapte naar Triposo, een app waarbij de content offline beschikbaar is. Ideaal, want als je over straat loopt heb je immers geen wifi. Door de combinatie van beide apps wisten we wat leuke tentjes uit te zoeken. Voor vrijdagavond zochten we iets in Kreuzberg, op loopafstand van het museum. In de directe omgeving van het museum is echt helemaal niets, maar na een aangename avondwandeling en een drankje in een vaag maar leuk kroegje onderweg, aten we wat bij een Oostenrijks restaurant Jolesch. Er was nog net een plekje voor ons, dus dat kwam mooi uit. En het was modern Oostenrijks, dus geen kaiserschmarren voor ons. Het eten was erg goed, al werd beweerd dat de vis van M. forel was terijwl het overduidelijk zalm was en hij ook pech had met een typisch toetje. Mijn toetje was erg lekker.  

 Toen we er heen liepen, kwamen we nog langs een stoffenwinkel (die uiteraard al dicht was), maar om het voor een volgende keer te onthouden is dit de link. Ik heb sowieso nog twee leuke stoffenwinkels gezien, eentje als tip van mijn collega J: Frau Tulpe Het is echt zo’n heerlijke freubelwinkel, maar wel overzichtelijk, met alleen maar mooie stoffen. Uiteindelijk kwam ik maar met 1 stofje naar buiten, maar dat kan er ook mee te maken hebben dat M. erbij was en dat winkelt toch anders. Op maandag kwam ik nog langs deze winkel: Frau Schneider, terwijl ik er niet naar zocht. Hier slaagde ik wel heel uitgebreid, waarbij ik misschien nog het meest blij ben met de leuke knopen. Een nieuwe hobby hè. 

  De zaterdag was de enige hele dag in Berlijn (samen dan) en we hadden van te voren bedacht dat we naar het Duits historisch museum wilden. We besloten er heen te lopen en onderweg te ontbijten. Dit resulteerde hier in:  

 Niet verkeerd dus. Duitsland is sowieso meer gericht op ontbijt en brunch dan Nederland maar de tentjes die zich (bijna) volledig richten op alleen ontbijt verbazen me toch elke keer weer. Dit tentje heette Chipps en zelfs de naam van mijn ontbijt was perfect. 

 

Het museum bleek groot, met enorm veel tekst. Je moet er echt wat zaken uitpikken. Ik ging meer voor de objecten, M meer voor de doorlopende geschiedenis. Het kan allebei en het is sowieso veel. We kregen het ook nog voor elkaar de eerste wereldoorlog te missen dus daar zijn we aan het eind nog naar op zoek gegaan. Echt een museum waar je de tijd voor moet nemen. 

Een nieuwe hobby

Soms komt er wel eens een nieuwe hobby op je pad. Zo kocht ik afgelopen jaar een broekje voor P. bij de kinderkledingwinkel op de Hogewoerd in Leiden, Fladder en Beer. Een paar maanden later sprak ik een vriendin die in die winkel naailes bleek te hebben. Ik wist niet eens dat ze er naailes gaven, maar het idee sprak me wel aan. Ik begreep echter dat de wachtlijst aan de lange kant was, omdat je in een klein groepje lest. Uiteindelijk besloot ik me (in mei) op de wachtlijst te laten zetten en kocht ik nog een vestje. Ik zou wel zien of ik het nog zou zien zitten als het zo ver was.

In de zomer kreeg ik al een mailtje. De vriendin die daar les had, ging emigreren naar Noorwegen en ik mocht haar plekje overnemen. Gewoon toevallig, omdat ik de volgende op de wachtlijst was. Ondanks dat het jammer is dat we nu nooit samen les zullen hebben, heb ik het plekje met beide handen aangenomen.

De eerste les was in september. Ondanks dat ik vroeger wel eens rechte stukjes genaaid heb, heb ik het eigenlijk nooit goed geleerd. En omdat ik niet persé heel geduldig ben, maakte ik me enigszins zorgen. Ik moest een patroon en patroonpapier meenemen. De naaimachine zou pas les twee nodig zijn. Ik kocht dus een Knippie en twijfelde heel lang wat mijn eerste project zou moeten worden. Het moest niet te moeilijk zijn, want het is slimmer om meters te maken ipv tien lessen te prutsen aan een ding en gedemotiveerd te raken. Maar het moest ook niet te makkelijk zijn, want je moet er wel wat van kunnen leren. Anders kan je net zo goed thuis oefenen.

Uiteindelijk besloot ik dat het een vestje moest worden. In de Knippie zag ik er een met capuchon, maar dat leek me niets. Het moest een vestje zonder capuchon worden. Wat ik niet wist, is dat er de Knippie meerdere modellen baseert op hetzelfde patroon. Hierdoor bleek er ook een patroon zonder capuchon te zijn, wat ik niet herkend had doordat het in hele andere stof was uitgevoerd. Ideaal. Ik leerde hoe ik een patroon moest knippen en we bespraken naar wat voor soort stof ik op zoek moest.

Als je nog nooit genaaid hebt, heb je ook geen idee waar je stof moet kopen. Gelukkig heb ik ervaren collega’s, dus kon ik vragen welke stoffenkraam op de Albert Cuyp een aanrader was. Vrij snel vond ik daar een fijne jogging/sweat stof en aan de overkant bij de wel bekende fourniturenwinkel Jan de Grote Kleinvakman mooie boordstof. En zo kreeg het vestje langzaam vorm. In overleg met de ‘juf’ voegde ik manchetten aan het vest toe. Ook de binnenkant van de kraag voerde ik uit in boordstof voor het kleuraccent. Na zes lessen was het vest klaar. Thuis flockte ik nog een Koekiemonster op de rug en toen was het helemaal af.

Mag ik met trots mijn eerste project presenteren:

IMG_0387IMG_0388

Natuurlijk zijn er wat puntjes hier en daar die een volgende keer verbetering behoeven, maar op dit moment ben ik erg tevreden (met mezelf).