Laat de zomer(jas) maar komen…

Aan het begin van het jaar besloot ik nog wat langer bij Fladder & Beer te blijven naaien, dus was ik weer op zoek naar een wat moeilijker project. Zo haal je immers het meeste uit naailes, nietwaar. Het leek me handig om alvast aan de zomerjas voor P te beginnen, omdat hij uit de oude gegroeid lijkt te zijn. In de lente-Ottobre (2017 – 1) stond toevallig een leuk model, dus dat was handig. Het bleek wel een wat lastiger project dan verwacht, of eigenlijk bestond de jas gewoon uit ontzettend veel onderdelen.

IMG_7433Een detail dat ik helemaal niet gezien had, was de manier waarop de capuchon aan de kraag zit. Zo’n tussenstrook heb ik nooit eerder gezien, maar het kan ook zijn dat ik er eigenlijk nooit eerder echt op gelet had. Het was even spannend om de drukknopen toe te voegen, maar het is gelukt!

Ook de zakken aan de voorkant vormden een uitdaging. Die hadden strakker gekund denk ik, maar daarvoor zou ik het waarschijnlijk nog tien keer moeten doen. Ach ja…hij groeit er toch zo weer uit…toch?IMG_7429

Het was trouwens lastig om een rits in de juiste kleur te vinden. Maar toen ik een tweekleurige rits in de uitverkoopbak van Jan de Grote Kleinvakman vond, bleek deze eigenlijk juist net wat meer pit aan de jas te geven.

Omdat ik na z’n dino-jas deze toch een beetje saai vond, heb ik nog wat plaatjes toegevoegd. Wel heb ik eerst heel goed getest of ik flexfolie op taslan (dat is de stof waar de jas van gemaakt is) kon strijken, omdat ik bang was dat de taslan zou smelten. Maar gelukkig bleek dat niet zo te zijn. IMG_7430Taslan bleek trouwens makkelijk te verwerken. Het is stof die waterafstotend en winddicht is, maar wel heel dun. De binnenkant heb ik gevoerd met ‘mesh’, voor de echte buitensport-‘look’. Alleen de mouwen heb ik gevoerd met normale voering, anders glijdt de jas natuurlijk niet lekker aan.

Nu alleen nog voor elkaar zien te krijgen dat P hem aantrekt, want hij vertelde me zojuist dat hij niet van lichtblauw houdt…tja. Gelukkig is het nog geen zomer.

 

Advertenties

Jongens, jongens….leuke kleding?

Het is een uitdaging leuke jongenskleding te vinden. Voordat P. er was, had ik geen idee. Toen hij op komst was, ging ik op zoek naar kleertjes. Elke keer kwam ik met lege handen en een beetje treurig thuis. De winkels hingen vol met blauw, donkerblauw en bruin, of nog erger, veel kleding had grote teksten of ‘stoere’ woorden. Daarnaast kreeg ik ook veel kleding tweedehands en de kledingstukken die ik uiteindelijk gekocht heb, zijn op een hand te tellen. Uit die tweedehands kleren maakte ik ook een strenge selectie, zo haalden ruitjes, kraagjes en spijkerbroeken het bijvoorbeeld niet. Ik viel vooral voor zachte stoffen, zoals joggingbroekjes en simpele shirtjes in felle kleuren zoals van de Hema.

Nu P. wat groter wordt, begint hij steeds vaker zijn eigen mening uit te oefenen op wat hij aantrekt. Of moet ik zeggen, op wat hij niet aantrekt, aangezien de uitspraak ‘deze niet’ regelmatig door de kamer vliegt. Tijd dus voor leuke stofjes die hem ook aanspreken. Het is nog niet zo dat ik hem meeneem naar de stoffenwinkel om zelf wat uit te zoeken, maar ik heb hem laatst wel laten kiezen uit twee stoffen. En het werkte. Niet dat ik daarna van de tweede stof niet ook een kledingstuk gemaakt heb…maar toch.

De keuze voor een kledingstuk zit natuurlijk niet alleen in de stof, maar zeker ook in het patroon. Voor jongens is het meestal een simpel raglanshirt en een broek. Niet heel spannend. Daarom hou ik mijn ogen goed open voor patronen die net wat anders zijn. Ik was er dan ook snel bij toen Sofilantjes een nieuw patroon lanceerde: de Semper Sweater. Een trui/shirt die gemaakt moet worden van tricot (mooi, want er zijn zoveel leuke prints te vinden) in meerdere variaties. Hij kan met capuchon of met col gemaakt worden (of gewoon met een boord natuurlijk), maar het leuke element zit hem in de zijkanten. Deze kunnen in een andere kleur uitgevoerd worden en met zakken. Kijk, dat zie je nooit in de winkel.

Ik liet P. de stof kiezen (auto’s…natuurlijk) en ging aan de slag. Ik koos voor de variant met capuchon. Doordat ik het patroon nog niet kende, en ook mijn (nieuwe) lockmachine niet, werd het wat meer gestoei dan ik had gehoopt. Het resultaat is redelijk, maar ik ben niet helemaal tevreden. P. wel overigens, dus ach. Eigenlijk ben ik ook helemaal niet van de capuchons op kleding. Het grootste deel van de tijd hangt zo’n capuchon er maar een beetje bij en onder een jas zit het niet lekker. Maar het patroon zelf, dat vond ik wel leuk. Die zijkanten geven opeens zoveel opties om er iets vrolijks van te maken. Het was dus duidelijk dat er nog eentje moest komen.image

Bij de volgende semper sweater schrapte ik de capuchon en maakte ik de col. P. draagt het liefst z’n sjaal (zo’n colletje)  de hele dag, dus ideaal als deze geïntegreerd is in een shirt. Dit keer koos ik het stofje (van Lillestoff) dat hij niet gekozen had, wat overigens niet betekent dat hij het niet leuk vind. Want wat is er nou niet leuk te vinden aan brandweermannen met grote snorren? Deze semper sweater zat al een stuk sneller in elkaar. Ik maakte niet de fouten van de eerste trui en ik ben erg blij met het resultaat. image

Een dingetje ging natuurlijk wel mis…de afbeelding op de col kan ook niet op z’n kop zitten. Ik heb er heel hard over nagedacht, maar toch ging het mis. Alhoewel, in de praktijk is het helemaal niet storend. Die col zakt toch in elkaar en als volwassene kijk je er vaak bovenop waardoor de figuren wel rechtop zitten. Maar goed, bij de volgende zal ik er nog eens goed over nadenken. P. is er in ieder geval blij mee en ik ook. imageJammer dat zo’n jongetje niet nog meer sweaters nodig heeft, want ik zou er nog best een paar willen maken. Maar goed, dat komt wel weer als hij uit deze gegroeid is. Nu eerst maar eens wat broeken en T-shirts voor de zomer.

 

Die nieuwe hobby hè…

Die nieuwe hobby begint een behoorlijk onderdeel van mijn leven uit te maken. Zo schafte ik laatst van mijn kerstgratificatie een naaimachine aan (met boventransportvoet, hoera!) en bepleitte ik in de kerstvakantie vrije tijd om te naaien. M. werd met P. naar de speeltuin gestuurd en ik had mijn handen vrij om kleren te maken. Veel kleren. Wel voor P. trouwens, aan mezelf heb ik me nog niet gewaagd.

Het vinden van leuke patronen voor jongenskleding is nog niet makkelijk, het zit hem echt in de details en in de stoffen die je gebruikt. Maar met goed rondkijken op pinterest kom je een heel eind. Zo stuitte ik een tijdje geleden op Etsy op Tinman Patterns, een webshop met patronen gemaakt door een Nieuw-Zeelandse. Het voordeel is dat je ‘tegenwoordig’ alles in pdf ontvangt en zelf kan printen. Dat is overigens ook meteen het nadeel, want het betekent ook knippen en plakken. Ik kocht het patroon voor een broek, met de naam Primo Pants. Net iets anders dan je in de winkel kan kopen en het leek me wel een lekker broekje om in te spelen.

Ik kwam er achter dat naast het zoeken van patronen, het zoeken van stof ook erg leuk is. Vooral als je zo dicht bij de Albert Cuyp zit, met ook nog eens die geweldige fourniturenzaak waar ik laatst over schreef. Ik ging op zoek naar prettige stof voor een broek. Dat bleek nog niet makkelijk. Linnen werd afgekeurd, want niet geschikt voor de winter. Spijkerstof wil ik eigenlijk nog niet, dat kan meneer zijn hele leven nog dragen. Saai grijs of zwart…tja. Tot mijn oog viel op de bak met coupons. Het was een enorme chaos, maar middenin lag een stuk knalblauwe ribstof, die ook nog redelijk elastisch was. Perfect om het patroon mee uit te proberen. De stof bleek echt perfect voor het model en ik ben erg blij met het resultaat.

IMG_5909

Omdat het model vraagt om ‘piping’ (de woorden van een vriendin) maakte ik meteen plannen voor een tweede broekje. Dit keer vond ik geweldig mooie stof bij Meet & Make in Leiden, die ik combineerde met een rood paspelbandje. Het was wat gepruts, maar hij was precies voor de feestdagen (Sint) klaar en daarna heb ik hem niet te vaak aangetrokken, zodat hij ook met de kerst nog netjes zou zijn. Inmiddels kan ik zeggen dat de stof gewoon echt goed is, want spelen en op je knieën door de kamer racen, lijkt er prima mee te gaan. Nog geen spoortje slijtage.

IMG_6503

En vlak voor de kerstvakantie, waarin ik grootste naaiplannen had, vond ik nog een gifgroen ribstofje op de markt. Ik moest meteen weer aan het patroon denken. Ik kreeg echter ook een mailtje van de maakster van het patroon, dat ze het aangepast had. En omdat ik het vlak voor de aanpassingen gekocht had, kreeg ik van haar het nieuwe patroon kostenloos toegestuurd. Met de groene rib maakt ik dus de nieuwe variant.

Eerlijk gezegd vind ik de oude ietsje leuker. Het nieuwe patroon ziet er aan de voorkant normaler uit. Verder is het patroon redelijk hetzelfde gebleven en vind ik het een aanrader. En nee…er was geen strijkijzer.

IMG_7321

En wat ik verder nog naaide, zie je hier. Twee shirtjes en twee broekjes. P. kan er weer tegenaan.

 

 

Een nieuwe hobby

Soms komt er wel eens een nieuwe hobby op je pad. Zo kocht ik afgelopen jaar een broekje voor P. bij de kinderkledingwinkel op de Hogewoerd in Leiden, Fladder en Beer. Een paar maanden later sprak ik een vriendin die in die winkel naailes bleek te hebben. Ik wist niet eens dat ze er naailes gaven, maar het idee sprak me wel aan. Ik begreep echter dat de wachtlijst aan de lange kant was, omdat je in een klein groepje lest. Uiteindelijk besloot ik me (in mei) op de wachtlijst te laten zetten en kocht ik nog een vestje. Ik zou wel zien of ik het nog zou zien zitten als het zo ver was.

In de zomer kreeg ik al een mailtje. De vriendin die daar les had, ging emigreren naar Noorwegen en ik mocht haar plekje overnemen. Gewoon toevallig, omdat ik de volgende op de wachtlijst was. Ondanks dat het jammer is dat we nu nooit samen les zullen hebben, heb ik het plekje met beide handen aangenomen.

De eerste les was in september. Ondanks dat ik vroeger wel eens rechte stukjes genaaid heb, heb ik het eigenlijk nooit goed geleerd. En omdat ik niet persé heel geduldig ben, maakte ik me enigszins zorgen. Ik moest een patroon en patroonpapier meenemen. De naaimachine zou pas les twee nodig zijn. Ik kocht dus een Knippie en twijfelde heel lang wat mijn eerste project zou moeten worden. Het moest niet te moeilijk zijn, want het is slimmer om meters te maken ipv tien lessen te prutsen aan een ding en gedemotiveerd te raken. Maar het moest ook niet te makkelijk zijn, want je moet er wel wat van kunnen leren. Anders kan je net zo goed thuis oefenen.

Uiteindelijk besloot ik dat het een vestje moest worden. In de Knippie zag ik er een met capuchon, maar dat leek me niets. Het moest een vestje zonder capuchon worden. Wat ik niet wist, is dat er de Knippie meerdere modellen baseert op hetzelfde patroon. Hierdoor bleek er ook een patroon zonder capuchon te zijn, wat ik niet herkend had doordat het in hele andere stof was uitgevoerd. Ideaal. Ik leerde hoe ik een patroon moest knippen en we bespraken naar wat voor soort stof ik op zoek moest.

Als je nog nooit genaaid hebt, heb je ook geen idee waar je stof moet kopen. Gelukkig heb ik ervaren collega’s, dus kon ik vragen welke stoffenkraam op de Albert Cuyp een aanrader was. Vrij snel vond ik daar een fijne jogging/sweat stof en aan de overkant bij de wel bekende fourniturenwinkel Jan de Grote Kleinvakman mooie boordstof. En zo kreeg het vestje langzaam vorm. In overleg met de ‘juf’ voegde ik manchetten aan het vest toe. Ook de binnenkant van de kraag voerde ik uit in boordstof voor het kleuraccent. Na zes lessen was het vest klaar. Thuis flockte ik nog een Koekiemonster op de rug en toen was het helemaal af.

Mag ik met trots mijn eerste project presenteren:

IMG_0387IMG_0388

Natuurlijk zijn er wat puntjes hier en daar die een volgende keer verbetering behoeven, maar op dit moment ben ik erg tevreden (met mezelf).

Handgeweven is ook leuk.

Dat handgeweven doeken ook leuk zijn, geloven jullie meteen. Dat daar een hele wereld te ontdekken valt ook. Toen ik enige weken geleden een doek te leen kreeg gemaakt door het Finse Chunkyslings had ik nog geen enkele ervaring met handgeweven doeken. En nog amper. Ik vond die doek zo fijn, dat ik er een paar weken later, toen een mooie aangeboden werd, er ook een gekocht heb. En recent nog een….ik heb nu dus twee Chunky’s. Voor zover mijn ervaring met handgeweven doeken (tenminste, als je Girasol niet meetelt…deze doeken uit Guatemala vallen in een andere categorie dan ik nu bedoel).

IMG_7558.JPG

Maar nu heb ik er eentje te leen, van een Nederlandse die net begonnen is haar eigen doeken te weven. Het leek me leuk dit eens te proberen en zo geschiedde. Om maar gelijk met de conclusie te beginnen: zo makkelijk is het nog niet om zelf een doek te weven (denk ik). Een draagdoek moet sterk genoeg zijn om een kind veilig te kunnen dragen, diagonale stretch hebben en ook nog mooi zijn. Over smaak valt natuurlijk te twisten, dus dit laatste punt is meteen het lastigst. Maar een goede afwerking draagt hier wel aan bij.

IMG_8018.JPG

Ik vind het lastig een heel uitgebreid oordeel te vellen door mijn gebrek aan ervaring. Ook omdat de weefster net begonnen is en het natuurlijk niet de bedoeling is haar werk af te kraken. Maar als ik puur opschrijf wat ik zie en voel, komt het hier op neer: de doek is heel dicht geweven, waardoor hij zacht aanvoelt aan de schouders tijdens het dragen. Helaas had ik het gevoel dat er erg veel ‘bounce’ in zit en zakte de doek uit. Niet heel prettig, ik hou meer van doeken die als een huis zitten met die meneer van 11 kilo er in. De doek is een maat 4, maar meet even lang als mijn korte Chunky, die eigenlijk tussen een 3 en een 4 in zit. Hij is niet echt lang dus en met een ruck kan ik er geen dubbele knoop in leggen door de dikte van de stof (en voor vergelijking, in mijn Chunky kan dat wel). Qua gewicht komen de twee doeken overeen, dus dat maakt ze echt goed vergelijkbaar.

Wat betreft de afwerking van de doek, vind ik het jammer dat deze scheef gestikte naden heeft. Ik vind mooie afwerking erg belangrijk en hier stoor ik me aan. De middenmarkering zit aan de buitenkant genaaid, maar gelukkig maar aan een kant, dus als je hem op zijn kop knoopt, valt die niet op. De kleuren vind ik wel mooi, ik hou wel van knal. Er zitten zeker kleuren en combinaties tussen waar ik wel een hele doek van zou willen. Maar ook een aantal niet. Ik vind de doek te druk, wat mij betreft mag er een keuze gemaakt worden. Dus niet alle kleuren, en blokken en strepen.

IMG_8085.JPG

Het testen van deze doek maakt dat ik meer handgeweven doeken wil proberen. Hoog op mijn lijstje staat een doek van Rocking Horse Wovens, die ik heel even heb mogen voelen tijdens een draagmeet. De doeken die ik toen gezien heb, waren zo mooi. Maar dat is het punt met handwerk, er is maar een persoon die ze maakt en daarmee zijn de doeken zeldzaam en duur. En je moet altijd iets te wensen overhouden, nietwaar?

Doeken in punten

Oscha JK Fern:
Draagkracht: 4/5
Uiterlijk: 3/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen, gestript)
Zachtheid: 3/5
Totaal: 3/5

Pollora Arbnova:
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 1/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen)
Zachtheid: 5/5
Totaal: 3,25/5

Oscha Braid Mallo:
Draagkracht: 5/5
Uiterlijk: 2/5
Materiaal: 4/5 (30% linnen, 30% wol, 40% katoen)
Zachtheid: 1/5
Totaal: 3/5

Oscha Roses Nova:
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 2/5
Materiaal: 3/5 (70% katoen, 30% lamswol)
Zachtheid: 3/5
Totaal: 2,75/5

Didymos Indio Viola natur:
Draagkracht: 2/5
Uiterlijk: 3/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen)
Zachtheid: 5/5
Totaal: 3,5/5

Girasol Lilia:
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 3,5/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen)
Zachtheid: 5/5
Totaal: 3,88/5

Oscha Starry Night Raven
Draagkracht: 5/5
Uiterlijk: 5/5
Materiaal: 4/5 (50% linnen, 50% katoen)
Zachtheid: 3/5 (dit kan nog zachter!)
Totaal: 4,25/5

Ellevill Norwegian Style Jack
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 4/5
Materiaal: 2/5 (50% katoen, 50% wol)
Zachtheid: 3/5 (prikt niet, behoorlijk glad)
Totaal: 3/5

Didymos Opium Aqua-Ecru:
Draagkracht: 4/5
Uiterlijk: 4/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen)
Zachtheid: 3/5
Totaal: 3,75/5

Ellevill Jade Chilli, maat 6 (maar erg lang):
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 3/5
Materiaal: 3/5 (50% linnen, 50% katoen, heel dun)
Zachtheid: 4/5
Totaal: 3,25/5

Pavo Etini Poinsettia, maat 5:
Draagkracht: 4/5
Uiterlijk: 5/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen, maar relatief dik en door de weving niet glad)
Zachtheid: 3/5 (schuurt een beetje, maar dat lijkt er nog af te gaan)
Totaal: 4/5
Tekhni Kingfischer (6) :
Draagkracht: 4/5
Uiterlijk: 3/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen)
Zachtheid: 3/5
Totaal: 3,5

Linuschka Chevrons Baltic :
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 5/5
Materiaal: 5/5 (katoen, babykameel, zijde)
Zachtheid: 5/5
Totaal: 4,5

Indio Rubin hennep, maat 6:
Draagkracht: 3/5
Uiterlijk: 3/5 (mooie doek, verkeerde rood)
Materiaal: 4/5 (60% katoen, 40% hennep)
Zachtheid: 5/5 (na een reisje heerlijk zacht)
Totaal: 3,75/5

Yaro emerald baskets:
Draagkracht: 4/5
Uiterlijk: 2/5
Materiaal: 4/5 (100% katoen)
Zachtheid: 3/5
Totaal: 3,25/5

Solnce Fenix Ardea:
Draagkracht: 5/5
Uiterlijk: 3/5
Materiaal: 5/5 (47% katoen, 36% baby merino, 10% zijde, 7% cashmere)
Zachtheid: 2/5
Totaal: 3,75/5

Tekhni Olympos Ginkgo:
Draagkracht: 5/5
Uiterlijk: 2/5
Materiaal: 5/5 (100% katoen, maar dik)
Zachtheid: 3/5
Totaal: 3,75/5

Drie maatjes vier

Wat de iets wat cryptische titel wellicht niet doet vermoeden, is dat dit stukje weer over draagdoeken gaat. Het is duidelijk een nieuwe hobby.

Draagdoeken komen in een aantal gestandaardiseerde maten. Meestal wordt maat zes (ca. 460 cm) geadviseerd aan beginners. Met deze lengte zijn veel knopen te maken. Ik merkte al snel dat ik ook af kon met maat vijf (ca. 420 cm). Toen wilde ik een maat vier proberen, gewoon om eens te kijken welke knopen ik daar mee zou kunnen. Toen er een nieuw Nederlands draagdoekenmerk op de markt kwam, was dat een goed moment. Dit nieuwe merk, Yaro slings, heeft als doel goedkope en toch degelijke doeken te maken. Ik bestelde een maat vier.

20140502-183602.jpg Het bleek een prettige, niet te dikke maar ook zeker niet te dunne doek (deze Emerald baskets). En door de tekening stroef genoeg om goed te blijven zitten. Een positieve verrassing!

Vervolgens mocht ik een ander vier lenen, een Tekhni (Olympos Ginkgo). Ik had al eens een langere variant van deze doek geprobeerd en wist dat hij dik, zacht en stevig was. Al snel bleek dat hij als een huis zat en toch lekker zacht aan de schouders was.

20140502-184101.jpg Al vind ik het patroon en de kleur niet zo, deze doek ‘moest’ ik hebben.

Vervolgens was er nog iemand die haar vier niet zo vaak pakte en dus op reis wilde sturen om zachter te maken. Deze Solnce (fenix) ging een weekje met me mee naar huis. Opeens lagen er dus 3 maatjes 4 op de plank.

20140507-101015.jpg

Ik vond het erg leuk eens een nieuwe maat doek te proberen en heb dan ook de Tekhni overgekocht van degene van wie ik hem geleend had. De Yaro is inmiddels door naar iemand die ook graag een maatje vier wilde proberen en de Solnce heeft zijn reis vervolgd. En nu…nu wil ik een maat drie proberen. 😉