Privet Sint-Petersburg

Het heeft iets verontrustends om in het donker aan te komen in een land waar je nog nooit geweest bent. Zeker als het een land is waarvan je de taal niet spreekt, laat staan het schrift kan lezen. Gelukkig werd ik opgehaald, toen ik afgelopen zondag in Sint-Petersburg landde. Dit was nog een spannende ervaring, want de rijstijl van de Russen is vrij agressief. Nu heb ik dit al in meerdere landen en steden meegemaakt (Napels staat nog bovenaan met de snelste hartkloppingen), maar het is toch elke keer weer even wennen. Onderweg heb ik mijn ogen uitgekeken, alle gebouwen zijn enorm groot en ’s avonds fel verlicht.

En dan kom je af en toe ook nog een enorme kerk tegen (bij voorkeur met gouden koepel en een boel zuilen) of een (oorlogs)monument van het formaat van een voetbalveld. Toen ik er de eerste avond langs kwam, had ik niet eens door dat dit gebouw (op de foto) een kerk was, het is meer zuilengalerij dan wat anders.

De eerste avond heb ik in het hotel gegeten. Er is op dit moment drie uur tijdsverschil (het is in Sint-Petersburg later) en ik moest maandagochtend vroeg in de Hermitage zijn (8.30u.). Wonder boven wonder lukte het te slapen en was ik de volgende ochtend redelijk  uitgerust.

Maandagmiddag had ik de hele middag vrij. Omdat veel musea gesloten zijn op maandag, was het even zoeken wat ik zou gaan doen. Gelukkig was het Russisch Museum wel open, dit is een museum met de grootste collectie Russische kunst. Aangezien ik weinig Russische kunstenaars ken (behalve de hele hier hele bekenden als Wassily Kandinsky en Marc Chagall), heb ik mijn ogen uitgekeken. Er is daar zo veel moois te zien, zoals het schilderij hier onder.

Het hing in de afdeling ‘volkskunst’. De manier waarop de schilder het licht weergeeft, vind ik erg mooi. Het spatte gewoon van het doek af. Na lang twijfelen heb ik het gefotografeerd, want overal staat dat dat niet mag tenzij je er een speciaal kaartje voor koopt. Maar iedereen doet het gewoon en er wordt niets van gezegd.

Het viel me erg mee hoe laat het donker werd in Sint-Petersburg, pas rond half zeven. Hierdoor had ik op maandagmiddag nog goed de kans om me een beetje te oriënteren. In m’n reisgids vond ik een eetcafeetje dat aangeraden werd: Krokodil. Het bleek een klein en gezellig tentje te zijn, ook als je alleen bent. En het eten was heel erg goed. Ik had pannenkoekjes klaargemaakt als sushi, met zalm en als hoofdgerecht medaillons van varken. Je kan sowieso erg goed eten in Sint-Petersburg, alleen al in de vele koffiezaken zie je geweldige taarten.

In plaats van koffie had ik bij deze ‘typisch Russische’ taart (die eigenlijk heel erg op Tiramisu leek, maar dan zonder drank) een warme mochito zonder alcohol. Het was erg lekker, maar wat er precies in zat naast munt en limoen, weet ik niet. Iets siroop-achtigs? Dit soort warme dranken zijn heel hip, want je ziet ze op elke kaart staan.

Op dinsdag was de Hermitage open en ik had me voorgenomen er zo veel mogelijk van te zien. Een onmogelijke opgave, want het is vermoedelijk het grootste museum ter wereld. En na een flink aantal uren ronddwalen, kon ik inderdaad geen kunst meer zien. Je loopt trouwens meer naar het gebouw te kijken dan naar de schilderijen omdat ook de plafond, de vloeren en de wanden gedecoreerd zijn. Het gaat meer om het gevoel van de Hermitage dan om de kunst, je ziet dat alle toeristen een beetje verdwaasd rondlopen door alle pracht. Ik heb me geconcentreerd op de Nederlandse meesters (er is een geweldige verzameling Rembrandts) en op de vroege Nederlandse kunst. Dit laatste hing in een gang, waardoor echt iedereen er aan voorbij loopt, terwijl er topstukken tussen hangen. Ik heb er uitgebreid aandacht aan besteed, dus die schilderijen zijn nu ook weer gelukkig ;-).

Op elke zaal zit een een mevrouw die de boel een beetje in de gaten moet houden en naar gelang de temperatuur binnen, de ramen open of dicht doet (hoezo klimaatbeheersing?). Er zitten geweldige exemplaren tussen (de dametjes), maar ik vond het wat onbeschoft ze zo maar op de foto te zetten, alsof ze interessanter waren dan de kunst. Op deze foto zit er eentje links onder, dit is een zaal waar veel Nederlandse meesters hangen (Paulus Potter, Frans van Mieris, Salomon van Ruysdael, Frans Hals).

Op de terugweg naar mijn hotel heb ik nog de Russisch-orthodoxe Kerk van de Verlosser op het Bloed bezocht, die gebouwd is op de plek waar tsaar Alexander II in 1881 vermoord is. Sinds de renovatie na de beschadigingen van WOII, is de kerk niet meer als kerk in gebruik, maar als museum. Elke ochtend keek ik vanuit de ontbijtzaal van mijn hotel uit op deze kerk, een erg bijzonder en kleurrijk gebouw. Ook van binnen, maar foto’s zeggen meer dan woorden:

 

 

 

 

 

 

 

 

Na het succes in Wenen, had ik ook nu weer bedacht dat ik wel naar het beroemde theater, het Mariinsky-theater, wilde. Het was niet moeilijk om nog kaartjes te regelen voor het ballet van die avond. De titel was Le Parc, hier kan je een stukje zien. Het was een modern klassiek ballet, want het is geschreven in 1994 op muziek van Mozart. Ik geloof dat ik toch meer van de echte klassieke stukken of juist de echte moderne stukken ben. Dit stuk had hele mooie onderdelen, maar ook een paar waarvan ik niet zo goed wist wat ik er mee moest. Desalniettemin was het een geweldige ervaring in een mooi klassiek theater.

 

 

 

 

 

Op woensdag heb ik eerst uren lang tegen de achterkant van een vrachtwagen aan zitten staren, terwijl we stonden te wachten voor de slagboom van de douane. Dus dit soort werkreisje zijn niet alleen plezier! Ik moet het toch even zeggen ;-), niemand die het gelooft. Gelukkig had ik ’s middags nog wat tijd om het Yusupov Palace te bezoeken. Dit was het woon-paleis van de familie Yusupov (ook bekend van de moord op Raspoetin). Het is gebouwd eind 18e eeuw en extreem rijk gedecoreerd. Het is een van de best bewaard gebleven woonhuizen/paleizen ter wereld. Erg leuk om nog mee te pakken op zo’n middagje. Op de foto’s het theater in het paleis en een detail van een kamer:

 

 

 

 

 

 

 

Na drie dagen Sint-Petersburg kan ik de conclusie trekken dat het een hele mooie, hele vuile (veel auto’s en veel stof), hele drukke, hele rijke stad is. Er is veel te zien, je kan er geweldig eten en de (meeste) mensen zijn vriendelijk. Russen kunnen ook wel heel stug en  stuurs blijven kijken, maar ik ben er verdacht veel tegengekomen die aardig en behulpzaam waren. Alles is groot aan de stad, maar niets is verontrustend – je kan veilig over straat voor zover je je gedraagt als in elke grote stad ter wereld. Ik zou het iedereen aanraden en hopelijk heb ik zelf de kans nog eens terug te gaan!

(privet = hallo)

Ik ga op reis en neem mee…

Weer ben ik mijn koffer aan het pakken…

Ik ben een van de gelukkigen met een baan waarin ik mag reizen. En dan niet naar saaie congrescentra en seminars, maar naar musea. En musea bevinden zich meestal in de centra van steden. Aangezien M. geen stedentrip-mens is, kiezen wij er tijdens vakanties vaak voor de natuur in te gaan om te wandelen. Soms bezoeken we dan wel een stad, maar dat is meestal van korte duur. Altijd willen we weer snel de berg op.

Ik vind het ideaal om via mijn werk toch stedentrips te kunnen maken. Ondanks dat ik er voor werk heen ga, lukt het meestal wel om nog wat van de stad te zien. Schilderijen moeten na aankomst 24 uur acclimatiseren, waardoor je als begeleider vaak een dag vrij hebt. En voordat iedereen nu denkt dat ik een droombaan heb…de rest van de tijd bestaat uit wachten (in de vrachtwagen, op het vliegveld, in het museum omdat nog niet alles klaar staat of de persoon die bepaalt hoe scheef het schilderij komt te hangen er nog niet is etc.)…eh…ja, iedereen die denkt dat ik een droombaan heb, heeft gelijk.

Het afgelopen jaar heb ik mijn koffer al ingepakt voor Londen (2x), Maastricht (ja, soms zit ik ook in NL in een hotel) en Wenen. Het valt mee dit jaar, vorig jaar was het Maastricht, Parijs, Corsica, Rosenheim/München, Napels en Leeuwarden. En natuurlijk vele Nederlandse steden waar ik maar 1 dag geweest ben. En nu ga ik dus weer op reis, naar Sint Petersburg.

Het visum zit in mijn paspoort, mooi trouwens hoe ze mijn naam schrijven. Maar goed, mijn koffer dus…

Een paar jaar geleden heb ik zo’n kleine rolkoffer gekocht die als handbagage in het vliegtuig mee mag. Een kleintje, want ik durfde het niet om een maatje groter te kopen, met het risico dat’ie soms wel en soms niet ingecheckt moet worden. En hierdoor moet ik elke keer weer puzzelen, tips van collega’s over het oprollen van kledingstukken ten spijt. Ook nu was ik van plan met alleen handbagage te reizen, wat toch als groot voordeel heeft dat je niet bij zo’n band hoeft te wachten en dat ze je koffer niet kwijt kunnen raken. Maar helaas werd daar een stokje voor gestoken door mijn collega’s. Gisteren kreeg ik twee tassen mee met spullen die ik of nodig heb in Rusland of die ik daar weg ga geven (extra touwen voor het transport, stroopwafels en post voor de ambassade). Ik heb mijn fijne kleine koffertje er even bijgepakt…

 

 

 

 

Dat past dus niet!

Ik ben nog bezig me over de gedachte heen te zetten dat ik dit keer op stap ga met  het rode monster en in moet checken. Maar goed, waar heb ik het eigenlijk over, ik mag naar Sint Petersburg!

En nu ga ik dus snel (de rest van) mijn koffer inpakken, zodat ik nog tijd overhou een reisgids te halen in de bieb (of de reisboekenwinkel). Het lijkt er op dat ik niet veel tijd heb in mijn werkschema, omdat Russen er een nogal strengere douane-procedure op na houden. Maar het kan geen kwaad om voorbereid te zijn op wat vrije tijd!

Hopelijk kan ik volgende week een blog schrijven over de Hermitage en Sint Petersburg!