Ik heb nooit griep…

Zoals de titel al zegt, heb ik nooit griep. Of eigenlijk bijna nooit. Omdat ik nu genoeg tijd heb, om er over na te denken, had ik me al afgevraagd hoe lang het geleden is dat ik echt griep had. Eerst dacht ik dat dat nog moet zijn geweest toen ik nog thuis woonde, maar uiteindelijk herinnerde ik me een vakantie in Slowakije. Een fotoboek bracht de uitkomst…het moet in september 2006 geweest zijn.

Natuurlijk ben ik wel eens ziek, maar meer dan een fikse verkoudheid is het nooit. Nu ben ik blijkbaar toch vatbaarder dan normaal. En dat terwijl ik nog zo geprobeerd heb het te ontlopen. Ik was al weken mijn handen veel vaker dan ooit en toen M. laatst aangaf dat hij dacht ziek te worden, ben ik in het logeerbed gaan slapen. Wat dat opleverde, was vooral pijn in mijn rug, maar ook de griep. Dus dat had ik beter kunnen laten. Gek eigenlijk, ik kon me herinneren dat het logeerbed vroeger (bij mijn ouders thuis) prima sliep.

Nu kan ik niet veel meer dan in bed en op de bank hangen (het feit dat ik dit zit te typen, betekent overigens wel dat ik aan de beterende hand ben), maar toen in Slowakije hadden we een vreselijk appartement. Daar hield je het nog geen hele dag uit. Ook omdat de verwarming een begrenzer had. Er zijn nog een paar dingen die ik me goed herinner, namelijk dat ik soep (bouillon) als ontbijt wilde omdat dat het enige was wat nog smaak had en dat ik op een gegeven moment maar naast M. in de auto ging zitten en we de omgeving maar gingen verkennen, ziek en al (ik dan, M. toen niet).

IMGP3922

En natuurlijk, toen ik bijna beter was dat geweldige glas Cognac, op een terras in de zon, waarmee alle laatste ziektekiemen vernietigd werden. Maar ja, dat zit er nu even niet in.

Een jaar de bloem van de dag

Vandaag precies een jaar geleden begon ik met de bloem van de dag. Tenminste, ik begon er mee op mijn website. Ik denk dat ik op twitter iets eerder begonnen ben, maar dat is niet meer terug te vinden. Op mijn website begon ik met een gele roos. Het is wel grappig om wat foto’s terug te kijken, niet alleen krijg je een kijkje in mijn tuin door het jaar heen, maar ook zie je wanneer ik foto’s nog even snel moest regelen of wanneer ik moeite gedaan heb een mooie foto te maken. Analyseren van deze gegevens is overigens lastig, het zijn er immers 365 (of eigenlijk 359 doordat ik een paar keer overgeslagen heb). Daarnaast zijn ze niet allemaal naast elkaar te zien, ook ik moet pagina voor pagina door mijn blog bladeren. In het begin noemde ik ze allemaal ‘bloem van de dag’. Al snel had ik door dat dat niet handig was, op 22 augustus 2011 begon ik ze een subtitel te geven zoals ‘bloem van de dag: waterlelie‘. De subtitel is trouwens meestal ook gewoon de naam van de bloem die te zien is. Een enkele keer is de titel een associatie die ik heb bij een bloem zoals de zwierende rokken op 23 augustus 2011:

Door het jaar heen heb ik af en toe getwijfeld of ik er mee door zou gaan. Je legt jezelf wel iets op als je jezelf verplicht om elke dag iets te doen. En het is niet dat anderen het erg vinden als je het een dag niet doet, nee, je vindt het zelf erg. Zelfs in vakanties ben ik er mee doorgegaan, voor de vakantie vorig jaar schreef ik er nog een stukje over. Inmiddels ben ik het zo gewend, dat ik er niet eens meer echt over nadenk. Alhoewel ik het juist de laatste tijd weer een paar keer vergeten ben.

Toch stel ik af en toe mezelf de volgende vragen:
Is een jaar niet genoeg?
Hoe vaak kan je dezelfde bloemen in je (kleine) tuin fotograferen?
Voor wie doe ik het?
Hoe lang blijft het nog origineel en leuk?
Hoe blijft het origineel?
Zijn mijn foto’s wel goed genoeg, vooral die op de dagen als ik het even snel snel doe?

Het grappige is dat ik juist op momenten dat ik er over denk er mee te stoppen nieuwe reacties of volgers krijg. Tijdens de vakantie kreeg ik nog een leuk berichtje aangaande de bloem van de dag, waar ik nog niets over wil verklappen, maar juist dat soort reacties maken dat ik nu echt niet meer kan stoppen. En ik word zelf ook wel erg blij van al die bloemen elke dag. Elke dag minstens 1 iets heel vrolijks!

Ik zeg toch: “Ik hou niet van koken!!!”

Ik hou niet van koken, tenminste…dat zeg ik altijd. Ik hou wel van over eten praten, kookboeken lezen, kookblogs doorbladeren (zoals die van de smaakmaakster), maar het meest hou ik van lekker eten. Niets vind ik zo jammer als in een restaurant iets voorgezet krijgen wat niet zo goed klaargemaakt is, of wat niet zo spannend is. Ik ben dus niet alleen kritisch, maar ook nog extreem verwend op eetgebied. Al van huis uit heb ik meegekregen wat lekker eten is en zonder dat ik het toen wist, heb ik ook nog een man uitgezocht die van koken houdt. Het voorgaande wil trouwens niet zeggen dat ik niet kan koken…ik kan prima.

Als ik mijn foto’s van de laatste tijd doorkijk, dan zou je bijna denken dat ik een kookblog zou kunnen beginnen. Op de een of andere manier ben ik de laatste tijd er veel bezig met koken, en met lekker eten trouwens ook, want M. blijft ook flink zijn best doen. De oorzaak hiervan ken ik wel, we hebben de laatste tijd veel samen doorgebracht en we zijn weinig op pad geweest. En dan pak je je kookboeken er eens bij. Daarnaast heb ik laatst ook weer een aantal kookboeken gekocht, waaruit natuurlijk meteen gekookt moet worden.

Zo kocht ik vorige week het boek ‘Homemade Zomer’ van Yvette van Boven. We hebben haar ‘winterboek‘ ook, waaruit we met veel plezier koken. Dus toen ik hoorde dat er nog een paar gesigneerde exemplaren van haar nieuwe boek hier in Leiden bij de boekhandel lagen, ben ik gewoon op de fiets gesprongen. Met als resultaat dat we de afgelopen week weer allemaal lekkere en nieuwe dingen uitgeprobeerd hebben (M, maar ik ook):

‘Beer Can Chicken’: neem een kip, stop er een blikje bier in (waar je eerst een paar slokken uit genomen hebt), zet ‘m op de barbecue, deksel erop, uurtje laten staan en smullen maar.

Of wat dacht je van een (bijna) klassiek aspergemaaltje: asperges in ham, met een eitje erbij en o ja…soufflé met dragon. Gelukkig de ‘foolproof’ variant van Yvette vB, want ook M. loopt over het algemeen niet over van enthousiasme al hij het woord soufflé hoort.

En lekker joh!

 

 

 

 

 

 

Vanochtend ontbeten we met ‘Puffy Pancakes’ met aardbeien en Griekse yoghurt (het recept is met frambozen en crème fraiche). Zo klaar en super lekker weer.

En wie heeft nou wat gekookt? Wie het weet, mag het zeggen 😉 Als je het raadt, mag je een keer een ijsje komen eten.

Over ijs gesproken, onlangs kocht ik nog een geweldig kookboek: IJstijd van Kees Raat. Ik heb het boek gekocht, maar tot nu toe heeft M. het het meest gebruikt. Het is namelijk nogal gedoe, met een thermometer en hele kleine hoeveelheden (25 gram eiwit, 6 minuten verwarmen op 65 graden enz. enz.) Maar het resultaat….

Limoen/citroen/basilicum sorbetijs, sereh (citroengras) ijs, stroopwafel ijs…

 

 

 

 

 

En dan heb ik het pistache ijs, hazelnoot ijs en rabarberijs nog niet eens gefotografeerd. 😉

Kan ik nog steeds volmondig beweren dat ik niet van koken hou…ik ben bang van niet, maar ik weet wel, wie lekker wil eten, zal af en toe ook moeten koken (of heel veel geld verdienen, maar elke avond uit eten lijkt me op den duur ook niet zo leuk). Maar een kookblog beginnen, zal ik niet doen. Ik hou het bij kookboeken en blogs van anderen en wellicht zal ik nog eens schrijven over lekker eten, met foto’s erbij!

Rare outfits zorgen voor trauma…?

Naar aanleiding van de bloem van de dag van vandaag ging ik op zoek naar de foto waarop mijn moeder en ik in de betreffende carnavalsoutfit staan. Toevallig had ik recent een hele koffer vol foto’s uit het huis van mijn oma gekregen, dus dat moest toch lukken. Ik heb alle foto’s in de koffer gezien en de foto die ik zocht niet gevonden. Op die foto zitten mijn moeder en ik in mijn kamer op mijn bed, allebei in een hele gele jurk met bijpassende hoed. Al zoekende kwam ik wel een heleboel foto’s tegen waarop ik de meest bijzondere outfits draag. Op sommige kan je duidelijk zien dat het mode geweest moet zijn, maar anderen…wat dacht mijn moeder precies toen ze me het aantrok? 😉

Even een kleine indruk van wat ik vandaag voorbij heb zien komen:

Enorme pofmouwen:                                     Broekpak in combi met roze lint in het haar:

Een oversized Pink Panter trui die aan twee kanten gedragen kon worden en vooral mijn moeder erg leuk vond:

 

 

 

 

 

 

 

 

En een onwijze jaren – 80 trui. Geen wonder dat ik nu nog van kleur in mijn kleding hou…

Het is er gewoon ingebakken. 😉

 

 

 

 

Gelukkig vond ik uiteindelijk toch nog een foto van onze carnavalsoutfit. En ondanks dat het niet degene is die ik zocht, denk ik dat jullie toch begrijpen waarom ik hieraan moest denken bij die gele tulpen.

Schaatspret op mijn eigen schaatsen.

Heb ik ooit eigen schaatsen gehad, vroeg ik met laatst af toen ik schaatsen kocht. Langzaam kwam de herinnering aan tweedehands schaatsen gekocht op een rommelmarkt van de kerk aan het eind van de straat boven drijven. Verder zie ik alleen de witte kunstschaatsen van mijn moeder voor me. En toen ik daar uitgroeide, de noren van mijn vader, die overigens te groot zijn. Ik denk dat ik dus tot mijn tiende eigen schaatsen gehad heb en daarna nooit meer. Mijn moeder en ik konden niet samen schaatsen, simpelweg omdat ik haar schaatsen aan had. Gek eigenlijk, want ik kan me nog wel herinneren dat we een keer samen geschaatst hebben, bij Kinderdijk ofzo. Wat ik me ook nog kan herinneren is dat ik veel geschaatst heb, vooral in het park, op het water voor het bejaardentehuis.

Rond mijn zestiende/zeventiende ging ik regelmatig op zaterdagavond schaatsen in de Weena in Rotterdam. Dit was een ijsbaan bij Rotterdam Centraal Station, waar nu al jaren een cartbaan in zit (als die er nog in zit). Op zaterdagavond kon je eerst rondjes schaatsen en daarna was er disco op het ijs. Het werd niet zo laat, dus ik kon nog met de metro naar huis. Ik blij, want ik mocht toch ‘uit’, mijn ouders blij, want na een avondje schaatsen was ik moe genoeg niet ‘uit’ te willen en aangezien ik daar te jong voor was volgens hen 😉 kwam dat mooi uit. Daarna ging ik studeren en vroor het zo’n tien jaar niet.

Toen het twee (of was het drie) jaar geleden vroor, heb ik ongeveer een half uur de noren van mijn vader aangehad. Het viel toen ontzettend tegen. Ik stond op de vijver voor het Gemeentemuseum in Den Haag, het was heel druk en ik kon het niet meer. Nu zegt men dat je schaatsen niet verleert, maar ik begon er echt aan te twijfelen. Het lukte me gewoon niet mijn enkels recht te houden. Daarna heb ik besloten schaatsen aan te schaffen die ik gewoon pas. Het leek me dat dat toch moest helpen. En natuurlijk nam ik me voor ze te kopen in de uitverkoop, maar daar denk je altijd pas aan als het al weer vriest en je ze meteen wil hebben (net als kerstverlichting trouwens, hetgeen we ook nodig hebben, maar   daar ben ik ook dit jaar weer niet aan toegekomen). Afgelopen week zag ik het al helemaal gebeuren, het begon weer te vriezen en ik had weer geen schaatsen gekocht. Ik trok mijn conclusies en heb dus afgelopen dinsdag, tijdens de pauze, schaatsen gekocht in Amsterdam. De volgende dag kon ik ze, geslepen en wel, ophalen. Omdat ik toch hoop heb ooit nog een tocht op natuurijs te rijden, zijn het noren geworden. En tegenwoordig (vast al jaren) kan je van die mooie hoge schoenen kopen. Voor een ongeoefende schaatser als ik, leek me dat prima. Ik heb geen tijd om mijn enkels te trainen als er zich onverwacht een koudeperiode aandient. Dit zijn ze (van bovenaf):

En toen moest er geschaatst worden. Laat ik nu helemaal niemand in mijn vriendenkring kennen die van schaatsen houdt. Tenminste, dat denk ik 😉

Opeens herinnerde ik me de vrouw van een vriend van ons, die ik niet zo goed ken, maar waarmee ik het er een paar jaar geleden wel over gehad heb. Zo in de trant van ‘als jij een keer iemand zoekt om mee te schaatsen…’. Via linkedin heb ik haar gemaild en ze was zo enthousiast dat ze haar afspraak vrijdag afzegde en meeging. Op vrijdagochtend om 11.00u. spraken we af op de ijsbaan in Leiderdorp, een mooie (niet al te kleine) baan die er goed bij lag. En na de eerste voorzichtige slagen, ging het best goed. Zo goed dat we, toen we bedachten dat we wel wat koek en zopie wilden, al een uur geschaatst hadden. Lekker kletsend en schaatsend (en genietend) vliegt de tijd.

En het was natuurlijk groot nieuws dat ik op de schaatsen stond, landelijk nieuws wel te verstaan 😉 (goed opletten). Hier is de link.

Gisteren (zaterdag) ben ik alleen geweest. Het was schitterend, eerst lag de ijsbaan in de mist en daarna kwam de zon er geleidelijk doorheen. Wat een mooie dag. En vandaag ga ik gewoon weer, maar nu gaat onze Noorse vriend mee (al ben ik bang dat ik er vandaag uitgeschaatst word). Ik heb er zin in!

Alleen op reis (in Wenen)

Als je alleen op pad bent, zijn er momenten waarop je jezelf moet vermaken. Als ik op reis ben voor werk betekent dat vooral dat ik het ’s avonds gezellig moet maken. Overdag ben ik aan het werk in een museum ergens ter wereld (meestal Europa). Dan zijn er over het algemeen veel mensen bezig. Niet altijd mensen waar ik direct contact mee heb, dat zijn er meestal 1 of 2, maar tijdens het inrichten van een tentoonstelling (of het afbouwen) is het een drukte van jewelste (gecoördineerd dat wel).

Op dit moment zit ik in Wenen en ook hier gebeurt er veel tegelijkertijd. Iedere collega doet zijn/haar eigen ding en gaat weer weg. Vandaag had ik geluk, omdat ik al eerder geweest ben, ken ik wat mensen. Dit leverde me een lunchafspraak op met de restaurator met wie ik hier samenwerk en nog 2 van zijn collega’s. Erg gezellig! Aan het eind van de dag heb ik nog geprobeerd aan te pappen met een (mij onbekende) collega van het Van Gogh Museum. Helaas had zij met een vriendin afgesproken. Maar ik heb inmiddels genoeg in alleen in steden rondgehangen om me te vermaken. Ik heb de restaurator om een restauranttip gevraagd (en hem er wat gegeven 😉 en nu zit ik in het MuseumsQuartier in een klein tentje waar ze wat moderner Oostenrijks serveren. 20120110-215458.jpg

Hoe maak ik het gezellig? Allereerst ga ik nooit op pad zonder mijn ereader en sinds kort, mijn iPhone. Vooral de ereader is belangrijk. Lekker lezen in een aangename omgeving met een goed glas wijn, wie zou daar niet van genieten? Ten tweede zoek ik altijd een goed glas wijn uit en ten derde schroom ik niet ook alleen drie gangen te bestellen als ik daar trek in heb. Maar ik zal het eerlijk toegeven, het is niet in elke stad even makkelijk een goed tentje te vinden waar je alleen goed zit. In Madrid bijvoorbeeld is alles ingericht op groepjes mensen die gezellig samen tapas weghappen. Maar hier in Wenen gaat het prima.

Een sympathieke ober die het probeert me naar de zin te maken, een modern Oostenrijks hoofdgerecht met deegrolletjes, prei en spek en een toetje, wederom van deegwaren, met hazelnoot-botercreme,o ja, en een glas gruner veltliner. Wat wil je nog meer?20120110-215520.jpg20120110-215547.jpg

….eh…Soms wat gezelschap, maar verder vermaak ik me prima 😉