Reislijstje

Aan het eind van het jaar kan je er niet omheen: lijstjes. Eigenlijk is het een soort traditie, dus waarom zou ik daar niet aan meedoen? Toen ik vannacht het blog van Linda las over haar 13 reismomenten van 2013 bedacht ik me welke mooie reismomenten mij bijgebleven zijn van afgelopen jaar. We hebben in 2013 geen spectaculaire reis gemaakt, mede door de opening van het Rijksmuseum en mijn zwangerschap, maar een reis hoeft niet bijzonder te zijn om er een bijzondere herinnering aan over te houden. Er schoten me meteen een aantal momenten te binnen, die ik graag wil delen.

Voor mij begon 2013 met een reisje dat we al in 2012 maakten. In plaats van in januari of februari gingen we namelijk al in december (met kerst) sneeuwschoenwandelen. Daarna zou er tot en met april geen tijd meer zijn voor vakantie, maar voor mijn gevoel hoort dit reisje dus wel bij afgelopen jaar. Ik was zeven weken zwanger toen we naar hotel Esprit Montagne in de Franse Alpen vertrokken. Naast de mooie wandelingen en het lekkere eten, is me één ding bijgebleven. Bij binnenkomst werd gevraagd of we nog dieetwensen hadden, waarop ik schoorvoetend antwoordde dat ik zwanger was. Dit werd meteen opgepakt en er werd vrolijk naar de keuken geroepen “de mevrouw van kamer .. is zwanger!” Ik stond aan de grond genageld, omdat ik zelf nog tien slagen om de arm nam en het al helemaal niet van de daken schreeuwde. Maar nadat ik van de schok bekomen was, besefte ik dat ik het eigenlijk wel heel fijn vond dat iemand zo onbevangen met ons nieuws omging. Gewoon ‘hopsakee!’ Een positief begin van 2013.

P1130489

In de eerste maanden van het jaar heb ik veel gereisd, maar niet naar het buitenland. Ik reisde veel tussen Leiden en Amsterdam, tussen Lelystad en Amsterdam en in Amsterdam zelf. En met enige regelmaat in een vrachtwagen. Ook al is het geen echte reis, een avontuur was de herinrichting van het Rijksmuseum wel. Een avontuur dat ik niet snel zal vergeten.

rijksmuseum-amsterdam-opening

Na de opening was het echt tijd voor vakantie en we hadden drie weken vrij. Met een vaag plan en alleen een afspraak voor de eerste paar dagen vertrokken we in een huurauto richting Zuid-Frankrijk. We hebben zes verschillende plekken aangedaan met allemaal hun charme en gezelligheid. De thema’s van deze vakantie waren ‘lekker eten’ en ‘uitrusten’. Beide zijn goed gelukt. Maar wat me het meeste bij is gebleven, zijn toch de bergen. Eigenlijk gaan we elk jaar naar de bergen op vakantie. Dit jaar zou dat wegens het vroege tijdstip van de vakantie en mijn zwangerschap niet handig zijn en we besloten maar kort te gaan. We kozen voor een toeristisch gebied in de Pyreneeën, waar we makkelijk met de auto zouden kunnen komen en waar het mogelijk was een paar korte, niet te zware, wandelingetje te maken: Gavarnie. Op de bonnefooi kwamen we in Gavarnie aan en bij de VVV vonden we het meest geweldige vakantiehuis. Afgelegen, met grote zonnige tuin en met schitterend uitzicht op het Cirque de Gavarnie. Dit uitzicht maakt deel uit van mijn moment van deze vakantie. We zaten naast elkaar, keken naar de bergen en besloten dat we volgend jaar sowieso weer naar de bergen zouden gaan.

P1140145

Aan het begin van mijn verlof zijn we nog een weekje naar Noordwijk geweest. Nog nooit was ik langer dan een weekend in het familiehuisje en we gingen dit keer tien dagen. Ik vond het heerlijk. Lekker in de tuin op een ligstoel, elke dag op de fiets of lopend naar het strand en ook dichtbij genoeg om vrienden te ontvangen. Het mooiste moment was denk ik wel de zonsondergang, denk je ook niet…Linda?

P1100084

Verslag van de vakantie

Het is mijn gewoonte geworden om op mijn blog verslag te doen van onze afgelopen vakantie. Het doel hiervan was (bijna) altijd om anderen te informeren over wandelroutes, via ferrata’s en ook leuke plekken (lees: eettentjes e.d.) in steden. Dit jaar hebben we deels een voor ons doen a-typische vakantie gehad. Lange wandelingen zitten er even niet in en mijn klimgordel heb ik al maanden niet meer aangehad. Wel vergelijkbaar met andere jaren was dat we regelmatig verplaatst zijn, waardoor we zowel in Zuid-Frankrijk als Noord-Spanje geweest zijn. Weliswaar met de auto dit keer en niet met de trein/bus of te voet, maar toch. De avonturen waren iets minder spannend, maar de vakantie was er zeker niet minder om. We hebben zo veel verschillende dingen gedaan en we zijn in zo veel verschillende plaatsen geweest, dat ik de neiging heb om niet een vakantieverslag te schrijven, maar misschien een paar korte stukjes over onderdelen.

Van de eerste week voldoet een beeldverslag. In een huisje van vrienden/familie met (schoon)ouders, een nicht, haar gezin en moeder in de Corrèze:

Wereldreis

De titel van dit stukje doet misschien vermoeden dat wij een wereldreis overwegen, maar laat ik dat meteen de wereld uit helpen…dat doen we niet. En ik geloof ook dat dat nooit meer zal gebeuren of dat het ooit gebeurd is. Reizen moet bij je passen en ik geloof dat ik veel te veel zou willen plannen. Alhoewel het misschien een gouden kans zou zijn om dat nu eens af te leren. Maar goed, ik heb M. er ook nog nooit vol enthousiasme over gehoord, dus neem maar van mij aan, wij gaan niet op wereldreis.

Wie wel op reis is, is mijn nichtje. Ik spreek mijn neefjes en nichtjes (of eigenlijk moet ik zeggen ‘neven en nichten’ aangezien ze allemaal hardstikke volwassen zijn) nooit. Als ik ze 1 keer per jaar zie, is het veel. En toch weet ik dat mijn nichtje, met haar vriend, de wereld over reist. Ik weet zelfs waar ze nu zijn (ongeveer dan) en wat ze meemaken. En ik wil het ook weten. Tijdens hun reis houden ze een blog bij, met foto’s, zodat wij thuis ook weg kunnen dromen bij de mooie landschappen waar zij doorheen trekken. Ik vind het zo gek, normaal heb ik geen idee wat ze doet en nu ga ik enthousiast naar het blog als ik een berichtje krijg dat er een nieuw stukje geschreven is. Wat ik me wel afvroeg…maakt het dan nog uit wie het schrijft? Zou het volgen van een willekeurig persoon die reist niet net zo leuk zijn? Gaat het mij om wat mijn nichtje meemaakt, of wil ik af en toe gewoon even wegdromen bij mooie plaatjes en verhalen uit (op dit moment) Azië?

Ik denk dat het wel leuker is als je iemand (een beetje) kent. Heel erg goed hoeft niet, maar een basis is wel fijn. Zo heb ik een paar jaar geleden een vroegere vriendin gevolgd die ook de wereld over reisde. Ik had haar al in geen jaren meer gesproken, kende haar alleen van de zomervakanties op de camping en ik had geen idee wat ze in het dagelijks leven deed. Misschien is dat het ook wel. Het is stiekem best leuk opeens wel in iemands leven mee te mogen kijken. En dan vooral als ze mooie plekken en bijzondere culturen bezoeken. Het is immers toch spannender om te lezen over een fietstocht in Laos dan over een fietstocht in Leiden. Of niet? Voor iemand die niet uit Leiden komt…wie weet moet ik het eens proberen.

En voor wie nu nieuwsgierig is geworden naar de wereldreis van mijn nichtje en haar vriend: klik hier. De titel van hun blog komt overigens van een erg lekker nummer van The Sonics uit 1959 (tenminste dat neem ik aan): klik hier voor het nummer.

En omdat ik een blog zonder foto’s erg ongezellig vind, hier eentje van onze vakantie (4 jaar geleden) in Vietnam. Let op: vakantie vieren en reizen zijn echt twee verschillende dingen. Zelfs al maak je tijdens je vakantie een rondreis. Maar daarover wellicht een andere keer.

Halong Bay

Zin in vakantie

Ik kan het weer niet laten, ik deed het al eerder en nu doe ik het weer! Schrijven dat we bijna op vakantie gaan. Ik zeg natuurlijk niet wanneer, in deze digitale tijden zou dat zeer onverstandig zijn. Maar ergens de komende wintermaanden gaan we naar de sneeuw. Als we eenmaal iets geboekt hebben, krijg ik altijd meteen de kriebels. Of het nu nog maar een paar weken of een paar maanden duurt.

IMG_5995

Zo koop ik vaak meteen een kaart van het gebied. En als ik er achter kom dat de eigenaar van het hotel (ja, we gaan dit keer naar een hotel en maken dus geen trektocht) een blog bijhoudt, dan kijk ik tien keer per week of er al een nieuw stukje verschenen is. Ik heb zelfs nu tussen het typen door even gekeken (hier). Het hotel ziet er erg leuk uit, het werd ons aangeraden door vrienden en ik kan niet laten ook af en toe de site van Hotel Esprit Montagne even te bezoeken. Na de reis zal ik laten weten of het ook zo leuk was als het er uitziet! Maar naast het verlekkeren, moeten er ook nog praktische dingen gebeuren. Zo heb ik een tijdje geleden al treintickets geboekt, met een extraatje. We maken namelijk een tussenstop in Freiburg. Hier slapen we een nachtje om de volgende dag met een aantal overstaps door Zwitersland heen, in Frankrijk aan te komen. En dit zorgt natuurlijk voor nog meer voorpret, want nu kan ik ook uitzoeken wat er in Freiburg allemaal te doen is. Sinterklaas heeft overigens een beetje meegeholpen door concertkaartjes voor ’s avonds te geven. 😉

Maar iets wat ik echt nog moet regelen, is de transfer vanaf de trein naar het hotel. Soms is het zo’n uitzoekerij op buitenlandse busmaatschappij websites dat je nooit helemaal vindt wat je zoekt…of helemaal niet. We hebben inmiddels besloten gewoon een taxi te bestellen in plaats van de bus te nemen. Het is wat duurder, maar tien keer makkelijker en sneller. Nu nog uitvinden hoe laat we in vredesnaam met de trein in Aigle aankomen. Omdat we de tweede dag van de reis een open ticket hebben, kunnen we zelf kiezen hoe laat we opstaan in Freiburg en doorreizen. Maar, je raadt het al, hiervoor heb ik dan wel weer de website nodig van de Duitse of Zwitserse treindienst. Dat we door twee landen reizen, maakt het er duidelijk niet makkelijker op. En dit stukje typen is gewoon ontwijkend gedrag, want ik had mijn tijd ook kunnen besteden het nu eindelijk eens uit te zoeken.

Wat jullie natuurlijk niet kunnen zien, is dat ik in de bovenstaande spatie tijd besteed heb aan de internetsite van de SBB, de Zwitserse treinensite. Ik heb bepaald welke trein we willen hebben op de terugweg en nu ga ik mijn vervoersprobleem vanuit Aigle gewoon oplossen door het hotel te mailen. Zij bieden op hun site aan de taxitransfer te regelen, dus daar ga ik fijn gebruik van maken. Ik hou me namelijk toch liever bezig met sneeuwhoogtes, weersvoorspellingen en mogelijke wandelroutes. Al is het voor de meeste van deze zaken nog veel te vroeg. Er kan immers nog zo veel veranderen tot de vakantie!

Misschien is het het beste om gewoon nog even terug te kijken in fotoalbums van vorige wintersport-jaren, daar komen we wellicht nog het meeste van in de stemming.

P1070350

 

 

Met de rugzak door Slovenië – deel 2

Na ons verblijf in een appartement met groot zonneterras (!) wilden we wel weer de bergen in. Op aanraden van twee Slovenen die we op de top van de Ciprnik (1745m.) ontmoetten op een van onze ‘rustig-aan-dagen’ was het beklimmen van de Jalovec een aanrader. Dat we dat uiteindelijk niet gedaan hebben, heb ik al geschreven, maar de wandeling naar de hut onder de Jalovec was wel mooi. Daar moet ik toch op z’n minst een plaatje van laten zien.

Na alle regen en hagel verblijven we nog een paar dagen in een appartement in Bovec. Rondom Bovec maakten we, als het weer het toeliet, kleine rondwandelingen. Ik wilde heel graag al die rafters en kanoërs die in het dorp rondhingen wel eens in actie zien.

Dan is het de laatste week van de vakantie, op maandagochtend vertrekken we vroeg uit ons appartement om ons met de lift in de buurt van de Kanin (2587m.) te laten brengen. Het plan is om eerst naar de hut ‘Dom Petra Skalarja na Kaninu (2260 m.)’ te lopen, daar onze tassen achter te laten en meteen te kijken of we er willen overnachten. Van daaruit is het 2,5 uur naar de top van de Kanin. Bij de hut drinken we thee en besluiten we te gaan proberen de lift ook weer naar beneden te nemen. Dit is gelukt, want we lopen in 2 uur naar de top. Ook hier is het weer klauteren en klimmen, tweedegraads, maar ongezekerd. Vanaf de Italiaanse kant komt wel een klettersteig de Kanin op die er erg goed verzorgd uitziet. Helaas zijn onderaan deze via ferrata de resten van een voormalige gletsjer en hebben wij onze pickels (en stijgijzers) niet bij ons, dus deze tocht is geen optie helaas.

Op en rond de Kanin is een soort maanlandschap van rots, met gladde platen, spleten en kloven en plekken waaraan je goed kan zien dat er ooit veel ijs gelegen heeft. Een kale wereld, met als beloning op de top (of eigenlijk al bij de hut) uitzicht op de Adriatische zee.

Nadat we onze rugzakken weer opgehaald hadden, hebben we in de lift naar beneden een nieuw plan gemaakt. Het ritje duurde 30 minuten, dus dat ging prima. Ik had gezien dat er een hut aan het eind van het Lepena-dal stond, de Dom dr. Klementa Juga v Lepeni. Daar gingen we slapen, zodat we de volgende dag nog een mooie lange tocht in het Triglav Nationaal Park konden maken. We gingen met de bus naar het begin van het dal, waarna we zeker een uur gelopen hebben eer we een lift kregen voor het laatste stukje. Erg fijn, want de Kanin zat behoorlijk in de benen. De hut had een prima bed, maar helaas een huttenwaard die te diep in het glaasje gekeken had. Alhoewel we daar niet veel last van hadden, bepaalde het toch de sfeer een beetje. De volgende dag liepen we in 2,5 uur naar een hut die we iedereen aanraden om de goede strudel, de Planinski dom pri Krnskih jezerih. M. ging nog een extra stuk halen!

Daar konden we wel een paar uur op lopen. En het was ook nodig, want de hut Koča na planning Razor was nog 5 uur verder. Met pauze hebben we er zo’n 6,5 uur over gedaan. We hebben onderweg veel stilgestaan, want de route was schitterend. Het pad liep de hele tijd redelijk op dezelfde hoogte (2 keer 200m. stijgen) helemaal langs de zuidkant van het Triglav Nationaal Park. Misschien wel de mooiste wandeling van de vakantie, en wat natuurlijk ook leuk was, we kwamen Edelweiss tegen.

En het was ook een een fijne hut. We kregen een kamer voor met z’n tweeën en er werd heerlijk gekookt. Wat wil je nog meer?

De volgende dag zijn we via de top van de Vogel (1922m.) naar de lift bij Bohinj gelopen.

Hier waren we 4 jaar geleden al eens, waardoor we wisten dat het een prima plek was voor de laatste relaxte vakantiedagen.

Met de rugzak door Slovenië – deel 1

In mijn vorige blog kon je lezen wat we niet hebben gedaan in de vakantie, maar leuker is het natuurlijk om te lezen wat we wel gedaan hebben. En dat is eigenlijk te veel om op te noemen.

Ik noemde al even ons verblijf bij ‘Makek‘, een bio-boerderij in een dal bij het mini dorpje Zgornje Jezersko. Vanaf het vliegveld zijn we met de taxi naar het busstation van Kranj gegaan. De laatste meters vanaf de bus liepen we naar Makek. Toen we daar aankwamen, werd ons gevraagd waar onze auto stond. Er komt daar echt niemand met het openbaar vervoer en als ze gaan wandelen is het niet ver. Waarom is ons een raadsel, zeker na mooie tocht die we in de week daarna gemaakt hebben. En daarbij was het alleen maar handig dat we geen auto hoefden op te halen. Zonder auto kan je overigens in het dal van Makek niet veel doen, we hadden geluk bij de post wat geld te mogen pinnen want er is geen pinautomaat in het dorp, maar het is er perfect voor een paar dagen rust.

De eerste hut waar we sliepen was de Češka koča, waar we de eerste avond de enige gasten waren. Het was ook nog een uitzonderlijk mooie zwoele avond, dus ondanks het feit dat ze er echt niet kunnen koken, is dit nu en van mijn favoriete hutten. Wat hielp waren de grote hangbakken met petunia’s, waar M. me betrapte op het weghalen van oude bloemetjes.

Na twee nachten in de Češka koča vertrokken we weer. Het was wel weer even wennen, omdat we nog geen echte bergwandeling met rugzak gelopen hadden. We gingen over het Jezersko sedlo, een klein stukje Oostenrijk en het Savinsjko sedlo naar de hut bij Okrešlju. De naam van de hut is ‘Frischaufov dom na Okrešlju‘, maar op alle borden staat alleen Okrešlju aangegeven, hetgeen wel handig was om te weten. Op de grens hebben we nog rustig gepauzeerd, waarna de afdaling begon. Eerst wat steil, maar de hele tijd goed te doen. Onderweg kwamen we nog een kleine bivak tegen die niet op de kaart staat. Gedurende de afdaling trok het dicht en begon het te rommelen, dus we hebben de vaart er een beetje in gezet. Door een landschap met lage bomen, rotsen en veel bloemen bereikten we de hut net voordat de bui begon.

Het plan was de volgende dag af te dalen naar de Logar vallei om vanuit daar een bus te pakken en richting het Soča dal te gaan. Dit werd ons echter afgeraden omdat er maar 1 bus per dag rijdt en in het weekend zelfs helemaal niets. De kans was dus dat wij voorlopig niet uit het dal zouden kunnen vertrekken.

Volgens de huttenwaard was de kortste weg over het zadel – Kamnisko sedlo. We moesten vroeg vertrekken, want ook vandaag was er ’s middags kans op onweer. Het pad ging is door het bos, daarna over een open helling. Doordat we een steenbok zagen, misten we echter de instap waar het pad bij de rotsen omhoog gaat. Het heeft ons zeker een half uur gekost voor we dit doorhadden en weer op het juiste pad waren. Gelukkig zagen we mensen die het pad namen, waardoor we ons realiseerden dat we echt verkeerd zaten en zijn we teruggekeerd. In de rotsten gaat het steil omhoog, maar met veel treefjes. Het is geen klettersteig en met een rugzak goed te doen. Om 8.45u. zaten we in de hut boven, Kamniška koča, aan de Palačinke (pannenkoekjes). De afdeling naar Kamniška Bistrica was lang, maar relatief geleidelijk. Het laatste stuk gaat door het bos. Beneden namen we een taxi naar Kamnik, doordat we verkeerd gelopen waren hadden we de bus net gemist. In Kamnik wachtte een heerlijke douche in hostel Pod Skalo, waar we via het toeristenbureau terecht kwamen.

De dag erna was zaterdag en een reisdag. Er rijden maar weinig treinen in Slovenië op zaterdag, dus namen we de bus. Na een overstap in Ljubljana arriveerden we rond 12.30u. in Kransjka Gora, waar we een paar dagen in een appartement wilden verblijven. Het was tijd voor een paar dagen rondslenteren, zelf koken en in de zon zitten. Zo zijn we onder andere naar een waterval gelopen bij Gozd Martuljek, waar we erg verse melk dronken bij een almhut, en over de rivierbedding terug konden. Beneden staat dat het pad dicht is, maar bij laag water kan je er gewoon langs.

Later meer over de tweede helft van de vakantie.

(Niet) klettersteigen in Slovenië

Het plan om naar Slovenië op vakantie te gaan, ontstond doordat we wilden klettersteigen. In onze klettersteig-atlas vonden we meerdere klettersteigtochten bij elkaar in de de Kamniske-Savinske Alpen (ook wel Steiner Alpen genoemd). Toen ik in dat gebied ook nog een leuke bio-boerderij (Makek, voor wie ook wil, het is namelijk een aanrader!) als eerste overnachtingsplek vond en we toevallig tegen een kaart van het gebied aanliepen bij de reisboekenwinkel, toen wisten we het zeker. Het werd Slovenië dit jaar.

Onze eerste zou de Grintovec worden. De Grintovec is met 2558m. de hoogste berg van de Kamniske-Savinske Alpen. Het berggebied is maar klein, waardoor de beklimmingen steil zijn. De ideale plek voor een klettersteig, zou je denken. Vanuit de Češka koča, waar het heel fijn toeven is maar niet zo goed eten, vertrokken we richting de Grintovec over de ‘normaalroute’. Eerst over een puinhelling, daarna over rots.

Hier en daar hing wel staaldraad, maar het is toch vooral ongezekerd klauterwerk. Een echte klettersteig kan je het niet noemen. Je set zou meer in de weg zitten op de ongezekerde stukken, dan dat het bijdraagt op de korte gezekerde stukken. In 3,5 uur staan we boven. Vlak er voor, op de kam, hebben we een appel gegeten met uitzicht richting het zuiden. Helaas trokken er wolken voorbij, waardoor het uitzicht minimaal was. We hoopten op een echte klettersteig op de route die we terug zouden nemen. Het werd weer vooral klauterwerk met af en toe een kabel. Toch gek, want in de klettersteig-atlas staan alle routes op de Grintovec beschreven als rode (en dus gemiddeld moeilijke) klettersteig. De terugweg was vooral lang. Al met al een best pittige en niet zo mooie wandeling. De klettersteigset hebben we niet nodig gehad, een helm is echter wel aan te raden. Het leukste was de jonge steenbok die we tegenkwamen, wat een mooi beestje!

Een kleine week later wagen we nog een poging een klettersteig te vinden in de Julische Alpen. Dit keer zijn we vanaf de Vršič-pas naar de hut (genaamd Zavetišče pod Špičkom) onder de Jalovec vertrokken. Bij aankomst krijgen we een geweldig ontvangst van twee dames die de sterren van de hemel koken in deze hut zonder stromend water (voor de gasten dan). Ik heb de hut al eerder genoemd, ik vond ‘m namelijk geweldig.

Omdat ik over ons avontuur hier en de mislukte toppoging (als je het al zo mag noemen als je je tocht na een half uur al moet afbreken) al eerder beschreven heb, kan ik alleen nog toevoegen dat de dames vertelden dat het geen zin zou hebben onze klettersteigsets mee te nemen. Er hangt te weinig staaldraad en ook hier zou je set alleen maar in de weg zitten. Uiteindelijk blijkt dat we de (waarschijnlijk) enige echter klettersteig in dit gebied wegens het slechte weer gemist hebben, naar het schijnt op de Prisojnik (aan de andere kant van de Vršič-pas).

Vanuit Bovec zijn we een aantal dagen nog de Kanin (2585m.) op geweest over een route die door de klettersteig-atlas aangemerkt is als een blauwe klettersteig. Ook hier weer wat  lastig handen- en voetenwerk, maar de set blijft in de tas.

De rest van de vakantie besluiten we op te houden met pogingen te doen klettersteigtochten te vinden. Lange dagtochten met afwisselend landschap zijn ook geweldig. Hierdoor lopen we uiteindelijk nog een erg mooie wandeling vanuit het Lepena-dal naar een hut boven Tolmin, Koča na planini Razor en maken we de oversteek, via de berg Vogel (1922m.) naar Bohinj.

Om te voorkomen dat dit een beetje treurig verhaal is, hierbij wat positieve conclusies:

  1. Slovenië is en blijft een geweldig mooi land, waar je schitterende wandelingen kan maken.
  2. We vinden een lange wandeling boven de boomgrens het leukst, bergtoppen ‘doen’ voegt hier niet zo veel extra’s aan toe.
  3. Als we willen klettersteigen moeten we gewoon weer naar Italië, en laten we dat nou ook een fijn land vinden. We kunnen dus weer plannen gaan maken.