Kan je je 2 dagen vermaken in een toeristenval?

Om maar gelijk de titel van dit stukje te beantwoorden…ja wij kunnen ons twee dagen vermaken in een toeristenval. Maar dan wel weer door de andere toeristen zoveel mogelijk te ontlopen. En eerlijk is eerlijk, we hadden we heel veel geluk dat dat ook kon!

Voorafgaand aan de vakantie vroeg ik me af hoe we toch naar de bergen zouden kunnen, zonder er alleen met de auto doorheen te rijden. Door mijn zwangerschap zou een lange wandeltocht er namelijk niet meer in zitten deze vakantie. Maar ja, die bergen blijven toch roepen en een vakantie zonder bergen is geen echte vakantie. Ik vatte dus het plan op om een plek te zoeken waar een makkelijke wandeling mogelijk zou zijn en haalde speciaal hiervoor wat ANWB-boekjes bij de bibliotheek. Het werd het Cirque de Gavarnie. Een spectaculair keteldal in het hartje van de Franse Pyreneeën, echt op de grens met Spanje.

P1090317

Via een makkelijk (breed en platgetreden) pad is dit keteldal namelijk in een uurtje vanaf het dorp te bereiken (volgens de ANWB-gids). Op de bonnefooi reden we naar de vvv in Gedre, het plaatsje voor Gavarnie. Hier gaf de dame aan dat we een huisje op hun website konden opzoeken en dat zij dan zou bellen of het vrij was. Al snel vond ik iets leuks, een huisje helemaal aan het eind van het dal.

P1090274

De dame zei nog dat het er wel erg stil was, maar wij vonden dat meer een aanbeveling. En toen ze belde, bleek het ook nog beschikbaar te zijn. De weg ernaartoe bracht overigens meer problemen met zich mee voor de auto, dan de wandelpaden mij. Dat een huurauto over het algemeen geen zware motor heeft, wist ik wel, maar dit sloeg echt alles. Uiteindelijk kwamen we gelukkig bij het huisje en besloten we tot aan vertrek de auto niet meer te gebruiken. De auto gebruiken was ook helemaal niet nodig. We zaten bij (hoog boven) het wandelpad naar het Cirque en op tien minuten lopen van het dorp. Daarnaast waren de weersvoorspellingen zo goed, dat we het dal niet hoefden te ontvluchten.

Op zaterdag zijn we via het brede pad naar het Cirque gelopen. En inderdaad, vanaf het dorp is het misschien 45 minuten, vanaf ons huisje nog maar 35. Een breed makkelijk pad, voor iedereen geschikt.

P1140079

Gelukkig ontdekten we voor de terugweg, nadat we genoten hadden van het schitterende uitzicht waarvan hierboven al een foto te zien is, een andere route. Prima te lopen en met iets minder toeristen. De mensen die ezels of paarden huurden om zichzelf de berg op te slepen, komen er in ieder geval niet.

P1090327

Op zondag was het zulk mooi weer, dat we besloten in de tuin van het huisje te blijven. Achter het huisje zat namelijk een heuvel met uitzicht op het Cirque:

P1140145

En aan de andere kant van ons ‘tuintje’ konden we bij een schitterende waterval komen. We hebben ons dus twee dagen prima vermaakt, met een wandeling naar het Cirque, een wandeling naar het dorp Gavarnie zelf, een wandeling door de tuin, lekker in de zon zitten en vooral met genieten van de bergen. Het is even zoeken naar een leuke verblijfplaats, maar dan kan zelfs de grootste toeristenval een geweldige plek worden om te verblijven.

Sneeuwschoenwandelen vanuit hotel Esprit Montagne

Onze zoektocht naar een goed adres om vanuit te sneeuwschoenwandelen heeft even geduurd. Dankzij een tip kwamen we terecht bij hotel Esprit Montagne in Chapelle d’Abondance, in het grote skigebied Portes du Soleil. Enigszins angstig dat dat veel langs de piste en in drukke gebieden zouden moeten wandelen, boekten we toch. Gelukkig werden we snel gerustgesteld door de eigenaar van het hotel, Alke, dat hij zelf erg van sneeuwschoenwandelen houdt en zeker tips voor mooie routes voor ons zou hebben. En dat klopte, we hebben een aantal super mooie wandelingen gemaakt. De een wat verder van de drukte dan de ander, maar volgens de eigenaar hebben we nog lang niet alles gezien in de omgeving. Met andere woorden, we moeten nog eens terug.

Qua weer was het een beetje een rare week aangezien een typisch geval van ‘Weihnachtstauwetter’ ons pad kruiste. Kort samengevat een periode van dooi en regen die 7 van de 10 jaar precies rond de kerst voorkomt. Hierdoor hadden we een dag waarop het 14 graden was op de top van de berg en een aantal keren (veel) regen in het dal. Gek winterweer dus, maar de vakantie was er niet minder om.

De eerste dag maakten we een korte wandeling naar Chapelle d’Abondance om het dorp even te verkennen en een boekje met sneeuwschoenroutes bij de VVV te halen. Altijd handig. Voor 2 euro heb je tientallen wandelingen in het hele dal. Wel zijn het allemaal relatief korte wandelingen, maar het leek ons toch handig om te hebben. We hebben er meteen maar een wandeling uit gelopen die ons een mooi stil dal in leidde, waar we heerlijk tegen een huisje op een alm een kop thee hebben gedronken.

P1070739

De tweede dag lieten we ons adviseren door Alke. Het zou een erg mooie dag worden, dus we wilden boven de boomgrens. Met de lift achter het hotel naar boven dus. Het wandelpad liep af en toe in de buurt van de piste, soms er echt vandaan en soms er langs. We werden op de kam beloond met een schitterend uitzicht op de Dents du Midi, de Mont Blanc, maar ook (veel verder weg) de Jungfrau, de Eiger en de Munch. Bij een hut aten we het grootste stuk taart dat Martijn ooit gehad had en het was ook nog eens super lekker. Toch wel raar dat het daar boven 14 graden was. We liepen in onze t-shirts! Warm!

P1130489

P1130568

De derde dag, eerste kerstdag, was het weer wat minder mooi en lieten we ons weer adviseren. Alke gaf aan dat het verstandig was bijtijds weg te gaan zodat we voor de regen, die ’s middags voorspeld was, binnen zouden zijn. De wandeling was niet zo spannend, door een bosperceel, maar de hut, Chalet de Theo, waar we precies rond lunchtijd waren, was geweldig! We werden heel hartelijk ontvangen en hebben de lekkerste kaasfondue ooit gegeten. Met zwitserse kaas en helemaal niet zwaar, het leek zelfs licht te bruisen. Grappig was dat ze er aan het eind, als het bijna op is, een rauw ei in gooien. Zo binden de laatste kaasresten en lijkt de pan schoner te worden. Omdat we best stevig geluncht hadden, besloten we terug te lopen ipv de bus te pakken. En die regen, die begon pas toen we weer in het hotel waren. Goede timing! Het was maar goed dat we nog wat gelopen hadden, want het zeer uitgebreide kerstdiner dat volgde, was erg lekker (maar toch ook wel een beetje overdadig).

Gelukkig stond er voor de volgende dag weer een lange wandeling op het programma. Alke stelde voor ons weg te brengen naar ‘le Mont’, zodat wij, via een zadel (Col d’Ubine 1694m.), terug konden lopen naar het hotel. Dit zou uiteindelijk de mooiste wandeling van de week worden. De dag begon grijs, met zelfs wat sneeuw, maar toen we in een verlaten dal waren, trok het helemaal open. Martijn mocht door de verse poedersneeuw sporen naar het zadel, waar we beloond werden met een schitterend uitzicht.

P1080061

Aan het eind van de middag trok het weer een beetje dicht, maar eigenlijk leverde dat vooral mooie plaatjes op.

P1130621

Omdat de tocht toch best vermoeiend was geweest, en het weer weer omgeslagen was (regen in het dal, sneeuw en vooral veel wind op de top) maakten we een ieniemienie-wandeling vanuit de lift boven Chatel. Na een kop warme chocolademelk en een stuk taart zijn we zo snel mogelijk weer naar de lift teruggekeerd.

P1130626

En toen was de laatste wandeldag al weer aangebroken. De hele week had Alke al geroepen dat hij wel een keer mee wilde en aangezien er nog een ander stel was dat ook sneeuwschoenwandelingen maakte, was de combinatie makkelijk gemaakt. Een dagje met een groep dus en met Loebas, de hond van Alke. Ideaal om iemand bij je te hebben die de weg kent! Ondanks het lawinegevaar, waardoor we een deel van de geplande wandeling niet konden lopen, werd het een mooie tocht met schitterend uitzicht. En het was zeker ook gezellig om weer eens met een groep te lopen! Een goede afsluiting van een heerlijke week!

P1080208

Met de rugzak door Slovenië – deel 2

Na ons verblijf in een appartement met groot zonneterras (!) wilden we wel weer de bergen in. Op aanraden van twee Slovenen die we op de top van de Ciprnik (1745m.) ontmoetten op een van onze ‘rustig-aan-dagen’ was het beklimmen van de Jalovec een aanrader. Dat we dat uiteindelijk niet gedaan hebben, heb ik al geschreven, maar de wandeling naar de hut onder de Jalovec was wel mooi. Daar moet ik toch op z’n minst een plaatje van laten zien.

Na alle regen en hagel verblijven we nog een paar dagen in een appartement in Bovec. Rondom Bovec maakten we, als het weer het toeliet, kleine rondwandelingen. Ik wilde heel graag al die rafters en kanoërs die in het dorp rondhingen wel eens in actie zien.

Dan is het de laatste week van de vakantie, op maandagochtend vertrekken we vroeg uit ons appartement om ons met de lift in de buurt van de Kanin (2587m.) te laten brengen. Het plan is om eerst naar de hut ‘Dom Petra Skalarja na Kaninu (2260 m.)’ te lopen, daar onze tassen achter te laten en meteen te kijken of we er willen overnachten. Van daaruit is het 2,5 uur naar de top van de Kanin. Bij de hut drinken we thee en besluiten we te gaan proberen de lift ook weer naar beneden te nemen. Dit is gelukt, want we lopen in 2 uur naar de top. Ook hier is het weer klauteren en klimmen, tweedegraads, maar ongezekerd. Vanaf de Italiaanse kant komt wel een klettersteig de Kanin op die er erg goed verzorgd uitziet. Helaas zijn onderaan deze via ferrata de resten van een voormalige gletsjer en hebben wij onze pickels (en stijgijzers) niet bij ons, dus deze tocht is geen optie helaas.

Op en rond de Kanin is een soort maanlandschap van rots, met gladde platen, spleten en kloven en plekken waaraan je goed kan zien dat er ooit veel ijs gelegen heeft. Een kale wereld, met als beloning op de top (of eigenlijk al bij de hut) uitzicht op de Adriatische zee.

Nadat we onze rugzakken weer opgehaald hadden, hebben we in de lift naar beneden een nieuw plan gemaakt. Het ritje duurde 30 minuten, dus dat ging prima. Ik had gezien dat er een hut aan het eind van het Lepena-dal stond, de Dom dr. Klementa Juga v Lepeni. Daar gingen we slapen, zodat we de volgende dag nog een mooie lange tocht in het Triglav Nationaal Park konden maken. We gingen met de bus naar het begin van het dal, waarna we zeker een uur gelopen hebben eer we een lift kregen voor het laatste stukje. Erg fijn, want de Kanin zat behoorlijk in de benen. De hut had een prima bed, maar helaas een huttenwaard die te diep in het glaasje gekeken had. Alhoewel we daar niet veel last van hadden, bepaalde het toch de sfeer een beetje. De volgende dag liepen we in 2,5 uur naar een hut die we iedereen aanraden om de goede strudel, de Planinski dom pri Krnskih jezerih. M. ging nog een extra stuk halen!

Daar konden we wel een paar uur op lopen. En het was ook nodig, want de hut Koča na planning Razor was nog 5 uur verder. Met pauze hebben we er zo’n 6,5 uur over gedaan. We hebben onderweg veel stilgestaan, want de route was schitterend. Het pad liep de hele tijd redelijk op dezelfde hoogte (2 keer 200m. stijgen) helemaal langs de zuidkant van het Triglav Nationaal Park. Misschien wel de mooiste wandeling van de vakantie, en wat natuurlijk ook leuk was, we kwamen Edelweiss tegen.

En het was ook een een fijne hut. We kregen een kamer voor met z’n tweeën en er werd heerlijk gekookt. Wat wil je nog meer?

De volgende dag zijn we via de top van de Vogel (1922m.) naar de lift bij Bohinj gelopen.

Hier waren we 4 jaar geleden al eens, waardoor we wisten dat het een prima plek was voor de laatste relaxte vakantiedagen.

Met de rugzak door Slovenië – deel 1

In mijn vorige blog kon je lezen wat we niet hebben gedaan in de vakantie, maar leuker is het natuurlijk om te lezen wat we wel gedaan hebben. En dat is eigenlijk te veel om op te noemen.

Ik noemde al even ons verblijf bij ‘Makek‘, een bio-boerderij in een dal bij het mini dorpje Zgornje Jezersko. Vanaf het vliegveld zijn we met de taxi naar het busstation van Kranj gegaan. De laatste meters vanaf de bus liepen we naar Makek. Toen we daar aankwamen, werd ons gevraagd waar onze auto stond. Er komt daar echt niemand met het openbaar vervoer en als ze gaan wandelen is het niet ver. Waarom is ons een raadsel, zeker na mooie tocht die we in de week daarna gemaakt hebben. En daarbij was het alleen maar handig dat we geen auto hoefden op te halen. Zonder auto kan je overigens in het dal van Makek niet veel doen, we hadden geluk bij de post wat geld te mogen pinnen want er is geen pinautomaat in het dorp, maar het is er perfect voor een paar dagen rust.

De eerste hut waar we sliepen was de Češka koča, waar we de eerste avond de enige gasten waren. Het was ook nog een uitzonderlijk mooie zwoele avond, dus ondanks het feit dat ze er echt niet kunnen koken, is dit nu en van mijn favoriete hutten. Wat hielp waren de grote hangbakken met petunia’s, waar M. me betrapte op het weghalen van oude bloemetjes.

Na twee nachten in de Češka koča vertrokken we weer. Het was wel weer even wennen, omdat we nog geen echte bergwandeling met rugzak gelopen hadden. We gingen over het Jezersko sedlo, een klein stukje Oostenrijk en het Savinsjko sedlo naar de hut bij Okrešlju. De naam van de hut is ‘Frischaufov dom na Okrešlju‘, maar op alle borden staat alleen Okrešlju aangegeven, hetgeen wel handig was om te weten. Op de grens hebben we nog rustig gepauzeerd, waarna de afdaling begon. Eerst wat steil, maar de hele tijd goed te doen. Onderweg kwamen we nog een kleine bivak tegen die niet op de kaart staat. Gedurende de afdaling trok het dicht en begon het te rommelen, dus we hebben de vaart er een beetje in gezet. Door een landschap met lage bomen, rotsen en veel bloemen bereikten we de hut net voordat de bui begon.

Het plan was de volgende dag af te dalen naar de Logar vallei om vanuit daar een bus te pakken en richting het Soča dal te gaan. Dit werd ons echter afgeraden omdat er maar 1 bus per dag rijdt en in het weekend zelfs helemaal niets. De kans was dus dat wij voorlopig niet uit het dal zouden kunnen vertrekken.

Volgens de huttenwaard was de kortste weg over het zadel – Kamnisko sedlo. We moesten vroeg vertrekken, want ook vandaag was er ’s middags kans op onweer. Het pad ging is door het bos, daarna over een open helling. Doordat we een steenbok zagen, misten we echter de instap waar het pad bij de rotsen omhoog gaat. Het heeft ons zeker een half uur gekost voor we dit doorhadden en weer op het juiste pad waren. Gelukkig zagen we mensen die het pad namen, waardoor we ons realiseerden dat we echt verkeerd zaten en zijn we teruggekeerd. In de rotsten gaat het steil omhoog, maar met veel treefjes. Het is geen klettersteig en met een rugzak goed te doen. Om 8.45u. zaten we in de hut boven, Kamniška koča, aan de Palačinke (pannenkoekjes). De afdeling naar Kamniška Bistrica was lang, maar relatief geleidelijk. Het laatste stuk gaat door het bos. Beneden namen we een taxi naar Kamnik, doordat we verkeerd gelopen waren hadden we de bus net gemist. In Kamnik wachtte een heerlijke douche in hostel Pod Skalo, waar we via het toeristenbureau terecht kwamen.

De dag erna was zaterdag en een reisdag. Er rijden maar weinig treinen in Slovenië op zaterdag, dus namen we de bus. Na een overstap in Ljubljana arriveerden we rond 12.30u. in Kransjka Gora, waar we een paar dagen in een appartement wilden verblijven. Het was tijd voor een paar dagen rondslenteren, zelf koken en in de zon zitten. Zo zijn we onder andere naar een waterval gelopen bij Gozd Martuljek, waar we erg verse melk dronken bij een almhut, en over de rivierbedding terug konden. Beneden staat dat het pad dicht is, maar bij laag water kan je er gewoon langs.

Later meer over de tweede helft van de vakantie.

Van Zavetisce pod Spickom en weer terug…en na regen komt hagel.

Op 10 juli namen we om 8.27u. vanuit Kranjska Gora de bus naar de Vrsic pas. Na ruim 30 haarspeldbochten en 40 min. kwamen we boven aan. Het is een wonder dat zo’n grote bus überhaupt boven komt. Vanaf hier zijn we via de ‘1’ naar de hut, Zavetisce pod Spickom (2064m.) onder de Jalovec gelopen. Het pad gaat heel geleidelijk omhoog, behalve het laatste uur waar het steiler is. In de 4 uur die er voor staat, bereikten we de hut, zelfs inclusief een half uur pauze voor een appeltje bij schitterend uitzicht. Bij de hut aangekomen hadden we het erg warm, het was weer zo’n 28 graden, maar helaas geen stromend water om het zweet af te spoelen. Wel een hartelijk ontvangst door twee dames en onweer en regen buiten.

20120713-110756.jpg
De twee dames die de hut beheren, doen dit al 10 jaar. Elke zomer zitten ze 3 maanden non stop bovenop de berg. Ze zaten er nu pas een week en bleven maar met elkaar kletsen. Aan het begin van het seizoen (ca. 1 juli) brengt een helikopter 5 keer 700 kilo (à 1€ per kilo) naar boven en dan in augustus nog 1 vlucht. Toch is er van alles aanwezig. Zo hebben we nog nooit zulk vers brood gehad in een hut en is de apfelstrudel die de dames bakken fenomenaal. Maar ook kan je kiezen uit twee soorten bier, Union en Lasko. Opvallend want iedereen hier heeft ook echt een duidelijke voorkeur voor 1 van beide. Wij gaan allebei voor Lasko pivo. Omdat er geen water is en we toch tanden wilden poetsen, kregen we een glas gekookt regenwater. Heel sympathiek!

De volgende ochtend ontbeten we om 6.00u. met gebakken eieren. Om 6.30u. gingen we op pad richting de Jalovec, terwijl we vanuit onze ooghoeken donkere wolken aan zagen komen drijven. Na een half uur moesten we al terugkeren omdat het in de verte onweerde en het in het naastgelegen dal al regende. Ik liep daardoor niet prettig en het leek ook bij ons donkerder te worden. Bij terugkomst vonden de twee dames het ook een verstandige beslissing. Na nog wat koppen thee, terwijl het buiten een beetje druppelde, besloten we terug te gaan naar de Vrsic pas. Wellicht dat we morgen daar nog een tocht zouden kunnen maken. De wandeling terug was wederom warm en het onweer heeft nooit doorgezet. Bij aankomst hoorden we echter in de Postarski Dom dat het de volgende dag nog slechter zou worden. Wederom gooiden we ons plan om en zijn we naar Bovec vertrokken.

Na aankomst begon het te regenen en zijn we de eerste de beste herberg ingedoken voor eten en een bed. Tijdens het eten begon het ook nog te hagelen, met hagelstenen die zo door konden gaan voor ijsblokjes. Wel 5 à 10 minuten raasden ze uit de lucht. We zaten op een overdekt terras, dus konden buiten blijven, maar al snel stond iedereen aan de rand onder de veiligste overkapping. De druif die deels niet onder de overkapping hing werd verwoest, bergen ijs bleven nog tot de volgende dag liggen.

20120713-112604.jpg

20120713-112632.jpg

20120713-112645.jpg

20120713-112655.jpg
De hagelsteen bij mijn vinger is maar een kleintje, sommigen waren 2 à 3 keer zo groot.

De hagelbui was een behoorlijk indrukwekkende ervaring en we zien de volgende dag pas wat voor verwoesting is achtergebleven. Alle moestuinen zijn compleet verwoest, de bomen deels bladerloos en fruit en kastanjes liggen ongerijpt op de grond. Nog de hele dag zal het hele dorp bezig zijn met bij elkaar harken van de overblijfselen.

20120713-113006.jpg

20120713-113024.jpg
Je moet er toch niet aan denken dat je ergens op een berg loopt (of op een camping staat) tijdens zo’n bui. Maar het treurigst zijn toch wel de moestuinen, de hele oogst is vergaan.